Skip to content

Veiligheid, Strafrecht en de Sociale Milieutheorie van Clara Wichmann

16/04/2011

Veiligheid is vooral een onderwerp waaruit politiek garen is te spinnen. Daarom ziet men menig politieke partij zich profileren met behulp van dit verschijnsel. Het is een mediatiek onderwerp. Zo moet het aantal camera’s worden uitgebreid, maar dan vooral gericht op de politieke woordvoerders… Over welke veiligheid spreken we eigenlijk?

Definitiemacht

Veiligheid kent verschillende dimensies. Het kan gaan over ‘terroristische activiteiten’ bijvoorbeeld. De hier bedoelde veiligheid wordt in verband gebracht met ‘gewone’ criminaliteit die naar ‘strafrechtelijk relevante handelingen’ verwijst en daarmee naar delictomschrijvingen in het Wetboek van Strafrecht. Wat uiteindelijk in dat wetboek als ‘strafrechtelijk relevante handeling’ terecht komt, is afhankelijk van ‘definitiemacht’. Die wordt weer uitgemaakt door de getalsverhouding in het parlement. Het is dus de politieke meerderheid van het moment, die definieert wat criminaliteit is.

Zo is het mogelijk om het produceren van vuurwapens tot een strafrechtelijk relevante handeling te benoemen, dat wil zeggen straf te bedreigen tegen wie die wapens  maakt. Vervolgens wordt via een vergunningstelsel het vervaardigen van vuurwapens aan bepaalde industriële vestigingen toch toegestaan. ‘Death is our profession’. Dit betekent dat er mensen met vuurwapens kunnen rondlopen. Deze reëel bestaande mogelijkheid brengt grote onveiligheid in de samenleving, zo zien we bij herhaling.

Een bepaling die strafbaar stelt de directie van een fabriek van vuurwapens, in geval een persoon een andere persoon omlegt met een onder verantwoordelijkheid van de bedoelde fabrieksdirectie vervaardigd wapen ontbreekt. Een dergelijke strafbepaling zou de wapenindustrie ernstig fnuiken. Juridisch komt het door middel van de ingezette ‘definitiemacht’ voor de wapenindustrie dus uiteindelijk goed. ‘Death stays our profession’. Er zijn ook andersoortige voorbeelden te bedenken.

Het is bijvoorbeeld mogelijk straffeloos een fabriek te sluiten om de werkzaamheden voort te zetten in ‘lage lonen landen’. Zo’n sluitingsdaad is tot een strafrechtelijk relevante handeling te definiëren. Een dergelijke strafrechtelijke bepaling kennen we niet. Maar de sluitingsbeslissing brengt wel veel onrust en grote sociale onzekerheid in het bestaan van veel mensen. Ze schokt delen van onze samenleving. Dat glijdt af van de ruggen van de politici die de ‘definitiemacht’ bezitten. We leven immers in een ‘risicomaatschappij’. Risico, onzekerheid, onveiligheid ze maken onderdeel uit van het kapitalistisch systeem en daarmee valt dit alles binnen de geldende normen.

De twee voorbeelden, die van de wapenindustrie en het sluiten van een fabriek, demonstreren dat er nog steeds sprake is van wat voorheen heette: klassenjustitie. Er wordt voortdurend juridisch met twee maten gemeten. Want waarom zijn bepaalde handelingen wel en andere niet strafbaar gesteld, hoewel ze beide bedreigend zijn, onveiligheid opleveren? Gelet op het voorgaande is het systeem duidelijk: waar de industriële klasse de hand kan schudden van een parlementaire meerderheid, worden geen delictsomschrijvingen opgenomen die het handelen van die industriële klasse al te zeer zou frustreren. Als dat ten koste gaat van een ‘veilig bestaan’, dan is dat jammer. Hadden mensen maar andere keuzes moeten maken, is het neoliberale standpunt.

Criminogeen

De actualiteit leert dat de politieke macht zich concentreert op strafrechtelijk relevant handelen om populistische redenen. Men praat dan over ferm optreden en zwaar(der) straffen. Dat heeft alleen betekenis voor zover het inspeelt op levende wraakgevoelens. En dat niet alleen. Men gaat er slinks mee voorbij aan het feit dat de actuele kapitalistisch ingestelde maatschappij zelf criminogene factoren voortbrengt. Daar ligt precies de reden waarom anarchisten nooit gedacht hebben in termen van strafbaarstelling van niet wenselijk gedrag. Zij hebben meer gedacht in termen van: organiseer de maatschappij zo, dat de factoren die criminogeen werken afwezig zijn.

De maatschappij zal daarvoor een metamorfose moeten ondergaan die leidt tot een postkapitalistische maatschappij waarin het menselijke de leidende factor voor handelen is en niet de rentabiliteit. Het denken in termen van rentabiliteit met zijn spiraal van winstmaximalisatie, heeft het bestaande maatschappelijk klimaat verhard en heeft bij mensen veel stress opgeleverd.

Een hoogleraar forensische psychologie draagt dit element aan in een achtergrond beschouwing naar aanleiding van het drama dat zich in Alphen aan de Rijn heeft afgespeeld, waar een jongeman een bloedbad aanrichtte met vuurwapens (de Volkskrant van 11 april 2011, internetversie). Zij wijst op een aantal trends waar en waarom het strafrecht niet zal werken om dit soort daden te voorkomen. Zo speelt in dit soort gevallen vaak een psychiatrische problematiek. Voor mensen die daar gevoelig voor zijn speelt ook ‘de verheerlijking van geweld’ in de maatschappij een rol.

Films en videospelletjes zijn op zichzelf geen oorzaak, leert de forensische psychologe, maar ze kunnen een versterkend effect op mensen hebben die al labiel zijn, een neiging tot agressie hebben en een gebrekkige controle hebben over hun impulsen. We zien hier criminogene factoren opduiken die door de maatschappij worden voortgebracht (zoals de geweldsverheerlijking, mede uitgedrukt in veel geldopleverende ‘spelletjes’ en afspeelapparatuur).

Ook wordt duidelijk dat het strafrecht en een ‘harde aanpak’ op het individuele gedrag in dit soort gevallen geen enkele invloed zal hebben. Dit soort gevallen vereist meer een soort sociale buurtaanpak, aldus de aan het woord gelaten forensische psychologe. Om dit soort denken bespreekbaar te maken wijs ik op de sociale milieutheorie.

Clara Wichmann

De sociale milieutheorie is ruim een eeuw geleden ontwikkeld door de Franse criminoloog en hoogleraar forensische medische wetenschap aan de universiteit van Lyon, Alexander Lacassagne (1843-1924). Een deel van zijn werk heeft erin bestaan een reactie te construeren op de theorie van de ‘geboren misdadiger’ van Cesare Lombroso (1835-1909). Door een ‘sociologische’ criminologie te ontwikkelen, legt Lacassagne het accent op het ‘sociale milieu’. Enkele van zijn aforismen luiden in dat geval: ‘Het sociale milieu is de culturele broedplaats van criminaliteit’ en ‘De maatschappij heeft de criminelen die het verdient’. Naast dit accent op het sociale milieu, is Lacassagne ook naar biologische factoren bij misdadigers op zoek gegaan. Het is een weg die een sterke oppositie heeft gekend en die geen antwoord heeft op ‘massa-criminaliteit’.

Het is de Nederlandse juriste en libertaire maatschappijcritica Clara Wichmann (1885-1922) die de ‘sociologische’ weg in de criminologie is gaan bewandelen. Zij levert een socialistische, libertaire variant van de sociale milieurechtstheorie. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is dit onder meer in de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam weer opgepakt. Het gehele programma is echter vanaf de intrede van het neoliberale ‘no-nonsense’ tijdperk, in de tweede helft van de jaren tachtig, langzaam geaborteerd.

De journalist Hans Smits schreef daar de geschiedenis van in zijn boek Strafrechthervormers en hemelbestormers, Opkomst en teloorgang van de Coornhert-Liga (Amsterdam, 2008). Om enige weerstand te bieden tegen het opkomende ‘no-nonsense’ denken heeft De AS indertijd, in 1985, nog een themanummer aan Clara Wichmann gewijd (nr. 70). In het zelfde jaar hield Arthur Lehning ook zijn lezing getiteld ‘Clara Wichmann, criminologe en anarchiste’ (tekst opgenomen in Arthur Lehning, Prometheus en het recht van opstand, Essays en commentaren III, Amsterdam, 1987, p. 46-53).

De tijd lijkt rijp voor een herintroductie van haar gedachten. De socialistische, libertaire variant van de milieutheorie kan bijdragen de hedendaagse discussie over (sociale, publieke) veiligheid in een ander licht dan het gebruikelijke te stellen. Er is nog steeds te constateren dat het strafrecht als systeem niet werkt. Dit levert onverminderd redenen op om het te kritiseren, zoals dat in de genoemde jaren gebeurde.

Criminaliteit blijft een deel van de maatschappij…vervelend en vaak schokkend om het te ondergaan (dit kan niet gebagatelliseerd worden). Het is vanzelfsprekend dat dit gevoelens van angst en onzekerheid oplevert en dat het wraakgevoelens bij slachtoffers en hun omgeving kan oproepen. Wat nog schokkender is, is dat het precies die gevoelens zijn die politici exploiteren. Beloofd wordt bijvoorbeeld dat men de strafmaat zal verhogen en geroeptoeterd wordt dat alleen rechters zullen worden aangesteld die streng straffen… Het criminogene in de maatschappij laat men echter onaangeroerd.

Sociale milieutheorie

Dat is een van de thema’s die Clara Wichmann heeft verwoord in haar ‘Stellingen’, geformuleerd voor het eerste congres van het ‘Comité van actie tegen de bestaande opvattingen omtrent Misdaad en Straf’ (gepubliceerd in maart 1920; ze zijn herdrukt in het themanummer ‘Misdaad / Straf / Klassejustitie, van De AS nr. 17, 1975). Ik vat die stellingen als onderdeel van de sociale milieutheorie samen.

Clara Wichmann ziet de maatschappij als gegrond op monopolie- en uitbuitingsrechten. Een dergelijke maatschappij roept vergrijpen op tegen haar taboes (waaronder de eigendom). Dat levert massale criminaliteit op die product is van het kapitalistisch stelsel en kan niet dan met dit stelsel verdwijnen. Een gedeeltelijke bestrijding van enkele uitwassen kan dan ook niet verhinderen, dat uit dit stelsel aldoor nieuwe bronnen van ellende en misdaad opwellen. Het is dus geen eenvoudige kwestie van ‘harde aanpak’.

‘De’ misdaad zal niet verdwijnen, is haar oordeel. Dat zal zelfs niet het geval zijn door een socialistische maatschappij te creëren. De criminaliteit die verband houdt met kapitalistische eigendomsverhoudingen zal verdwijnen, ja, maar de confrontatie met criminaliteit die samenhangt met passie, jalousie, psychiatrische stoornis, bijvoorbeeld, is niet uit te bannen. Anders gezegd: er is een criminaliteit die blijft en een criminaliteit die vergaat.

Dat wil ook zeggen dat men de verhouding tussen maatschappij en straf moet bestuderen. Het hele idee van straf is tot op heden van een oudtestamentische soort (oog om oog, tand om tand). Voor Clara Wichmann bestaat er dan ook een verband in de wijze van reageren op gepleegde overtredingen van de normen die in de maatschappij gelden. In een overwegend barbaars-voelende maatschappij, waar de mens nog als middel tot bepaalde doeleinden wordt gebruikt, bestaat geen schroom tot vernietiging van wie voor die maatschappij nadelig wordt geacht. En de gevangenis betekent dan ook voor haar: destructie.

Het tegenwoordige [1920] strafrecht wordt als barbaars gekenmerkt niet alleen, doordat het feiten straft, die het onmiddellijk gevolg van de actueel bestaande maatschappij zijn, maar ook doordat het uitgaat van de gedachte, dat verkeerde daden door afschrikking moeten worden belet. Zij denkt dan in termen van generieke afschrikking waarbij de strafoplegging aan een individuele normovertreder een voorbeeldstelling is voor andere, toekomstige, overtreders. Hier wordt vaak een politiek gebruik van gemaakt: een dienstweigeraar die – in vredestijd – voor jaren de gevangenis in moet of in oorlogstijd als ‘deserteur’ standrechtelijk wordt geëxecuteerd.

De actualiteit van Wichmanns opvatting springt in het oog. Hoeveel wetenschappelijk, criminologisch onderzoek ook wordt aangevoerd om kracht bij te zetten dat het strafrecht en zwaarder straffen niet helpen om ‘veiligheid’ in de maatschappij te bevorderen, toch blijven politiek verantwoordelijken het ‘barbaarse’ standpunt daaromtrent innemen. Het actuele strafrecht wordt nog net zo ‘barbaars’ ingezet als honderd jaar geleden. Er valt namelijk politiek gewin mee te behalen. Onveiligheid levert het beleg op het brood van politici. Ze zouden zich eens onmisbaar kunnen maken…

Thom Holterman

2 reacties leave one →
  1. Corine de Ruiter permalink
    16/04/2011 22:06

    beste Thom,

    Mooi en inspirerend betoog. Dank voor de link met het werk van Clara Wichmann, dat ik nog niet ken, maar waar ik nu benieuwd naar ben geworden.

    Corine de Ruiter

  2. tim Moreels permalink
    30/10/2011 07:04

    Beste Thom,

    Bedankt voor je werk, punten waar ik als 22 jarige anarchist moeilijkheden mee heb, had. Zijn een stuk duidelijker geworden. Het is erg makkelijk om tot chaos en wanorde op te roepen. Een stuk moeilijker om op vragen te antwoorden van zij die het anders zien. En Als je maar een aantal thema’s behandeld en steevast weigert om in te gaan op de vragen rond recht of andere moeilijke onderwerpen. Word de geloofwaardigheid van de gehele stroming in vraag gesteld. Vandaar een oprechte Dank u wel.
    Een advontuurlijke of fijne dag gewenst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: