Skip to content

Anarchisme en Rechtswetenschap

19/04/2011

Op het eerste gezicht lijken anarchisme en rechtswetenschap elkaar uit te sluiten. Immers, vaak wordt gesteld dat het anarchisme het verschijnsel ‘recht’ afwijst. Anarchisten houden zich daarentegen wel nadrukkelijk met de samenleving bezig. De rechtswetenschap is de wetenschap die nu juist de verhouding bestudeert tussen recht en samenleving. De samenhang tussen anarchisme en rechtswetenschap is dus zowel vanuit een negatieve als een positieve houding te benaderen.

De negatieve houding betrekt zich op wat ik het ‘kritisch potentieel’ van het anarchisme noem en leidt bijvoorbeeld tot ideologiekritiek (waarom wordt het ene item wel geregeld en het andere niet?) of wetgevingskritiek (waarom wordt iets op die manier geregeld en niet op een andere?). Het ‘kritisch potentieel’ put hier uit het anarchisme in de zin van bron van ideeën over een postkapitalistische, libertaire maatschappij.

In zo’n maatschappij zal bijvoorbeeld in het kader van de volkshuisvestingsproblematiek de eigendomsfunctie zijn ingewisseld voor de woonfunctie. In dat geval is de betekenis van het woord ‘woning’: wonen. In het eerste geval is ‘woning’ een speculatieobject, een object om inflatiewinsten mee op te strijken… Binnen het kader van het rechtsdenken zijn beide zienswijzen mogelijk, maar het is duidelijk dat afhankelijk van de ideologische instelling / politieke keuze de een voor de eerste en de volgende voor de andere functie zal kiezen.

Het beoefenen van de rechtswetenschap is dus zeker geen neutrale kwestie, wat positivistisch ingestelde juristen ook beweren. Die beoefening is in het ene geval te ontmaskeren als het bedrijven van legitimatiewetenschap (het dienen van het actuele bewind). In een ander geval ontdekt men er het ‘gereedschap’ in ten behoeve van paradigmatische verwijzingen.

Metakritische en Emancipatorisch

De inhoud van paradigmatische verwijzingen wordt wat het anarchisme betreft bepaald door twee noties, te weten een metakritische horizon en een emancipatorische inhoud. Deze noties gelden overigens ook voor een specifiek marxe optiek, zo heb ik in het verleden aannemelijk gemaakt (in Civis Mundi, nr. 1, 1977, p. 10-16).

De metakritische horizon heeft tot functie te voorkomen dat de rechtswetenschap alleen wordt gebruikt voor het verlenen van hand- en spandiensten ten behoeve van de bestendiging van het bestaande ‘systeem’. Ten opzichte daarvan moet men een metastandpunt, een excentrische positie kunnen innemen. Grond- en mensenrechten vervullen daarbij een functie.

Recht is hier te begrijpen als beveiliging tegen willekeur, tegen onterechte en onrechtmatige machtsuitoefening en voor het openhouden van communicatiekanalen. Onder beveiliging valt bijvoorbeeld ook het instellen van ‘positieroulatie’ (roulatie van plaatsbekleding: niemand bekleedt langer dan voor een bepaalde tijd een positie) en het ‘terugroepingsrecht’ (vertegenwoordigers kunnen via algemene vergaderingen op elk moment van hun taak worden ontheven). Op het moment dat de metakritische horizon wordt verduisterd, maakt dictatuur een kans.

De emancipatorische inhoud legt in zijn formuleringen allerlei burgerlijke (rechts-)machtsspelen bloot. Tevens geeft het de richting aan om tot een fundamentele herwaardering van maatschappelijke verhoudingen te komen. Wat het anarchisme aangaat, is die herwaardering in materiële zin te vatten in de aloude formule: ieder naar zijn vermogen, ieder naar zijn behoefte. Deze rechten- en plichten formule is hier niet een utopische maar een paradigmatische verwijzing.

Een paradigma kan als een drager van een theorie worden beschouwd. Het paradigma geeft zodoende aan welke problemen het oplossen waard zijn en welke niet. Wie de anarchistische literatuur bestudeert, ontdekt al gauw om welke problemen het zal gaan: bevorderen van ‘communal individuality’, bevrijding als zelfbevrijding stimuleren, bestuur als zelfbestuur promoten, hetgeen vereist: decentralisatie, horizontaliteit en het laten ontwikkelen van sociocratie. Dit zal door het recht, ‘anarchistisch recht’ worden geflankeerd. Dat kan mede dankzij een positieve houding: anarchisme en rechtswetenschap blijken elkaar, gelet op de twee noties, niet te hoeven afstoten.

Thom Holterman

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: