Skip to content

Het Zachte Monster van Nieuw Rechts en wat verder voorbij komt

05/05/2011

[in De AS nr. 173 / 174 te vinden als rubriek: UIT HET LAND VAN PROUDHON 15]

Er waart een ‘zacht monster’ door de landen en steden in Europa. Deze constatering is van de Italiaan Raffaele Simone. Hij wil begrijpen waarom ‘links’ in al zijn vormen terrein verliest aan ‘rechts’. Het zachte monster, le monstre doux, is in zijn optiek de verbeelding van het ‘nieuwe rechts’. Simone beschrijft het in zijn boek Le monstre doux: l’occident vire-t-il à droite? (Gallimard, Parijs, 2010). Wat zien we terug van deze verbeelding? En zijn er niet veel meer ‘monsters’?

In de landen rond de Middellandse zee is iets gaande. Aan de Afrikaanse kant wordt de roep om democratie steeds luider. Velen hebben er hun leven voor over. Een jonge Tunesier, Mohamed Bouazzi, laat de vlam in de pan slaan door zijn lichaam in brand te steken. Aan de Europese kant zijn we de democratie aan het afbreken, mede gelet op de introductie en het hanteren van allerlei repressiemiddelen. Letten we niet op dan komen we te leven in wat ‘democrature’ wordt genoemd: het langzaam afglijden naar een regiem dat het midden houdt tussen democratie en dictatuur (term ontleend aan een artikel in Le Monde Magazine, 26 februari 20011, p. 37). Het lijkt warempel wel de werking van communicerende vaten. Hier minder, daar meer democratie…

Er is ook nog een ander natuurkundig verschijnsel op te merken, dat van de politieke osmose. Osmose verwijst naar de doordringing van bepaalde stoffen door de wanden van vaten heen en de daarop volgende vermenging van die stoffen. In de politiek is dat verschijnsel te herkennen bij rechtse en extreem rechtse partijen. Inmiddels lijkt het verschijnsel zich ook bij ‘linkse’ (?) en nieuw extreem rechtse partijen voor te doen. Zo is het standpunt over de plaats van de koningin in het Nederlandse staatkundige bestel van de PVV bekend. Dit standpunt is bij GroenLinks zo doorgedrongen, dat die partij daaromtrent zelfs een initiatiefwetsvoorstel gaat indienen.

De bedoelde osmotische werking is levensgroot in Frankrijk op te merken en lijkt een exemplarisch voorbeeld op te leveren voor hetgeen ook op Europees vlak aan de gang is. Zo komt men de suggestie tegen dat de Franse extreem rechtse partij, het Front National (FN), lonkt naar de Nederlandse PVV. Het FN spiegelt zich aan het feit dat de PVV zich in politiek opzicht ‘salonfähig’ heeft weten te maken.

Onder leiding van Marine Le Pen (de dochter van…) is FN zich dan ook aan het ontwikkelen tot een nieuw extreem rechtse versie. Het werkt aan zijn normalisatie (kopt het Franse daglad Le Monde 15 januari 2011 paginagroot). En anderhalve maand later kopt het zelfde dagblad dat de Franse president Sarkozy zich verplaatst richting het ‘monoculturalisme’. Die term impliceert dat hij bepaalde standpunten van het FN absorbeert! (Le Monde 26 februari 2011). Hoe zit dat?

Laten we beginnen bij ‘extreem rechts’ zoals de Franse historicus Nicolas Lebourg dat analyseert (te lezen op de site Gauch républica, nr. 645, 17 januari 2011). Wat men ziet is dat sinds enkele jaren een breuk met fascistische verwijzingen is geforceerd. Dit betekent bijvoorbeeld dat men het antisemitisme heeft laten vallen. Het zelfde geldt voor homoseksualiteit. Alles draait nu om het aanwijzen van een totale vijand, de islam, en het oppoetsen van het verschijnsel ‘identiteit’. Hoe laten deze gedachten zich politiek terug vertalen?

Het smeden van een ‘totale vijand’ is een van de lessen, die van de eminente Duitse jurist, nazi en antisemiet Carl Schmitt is overgenomen. De thematiek van de islamofobie maakt het mogelijk een verschil tussen de liberale en islamitisch-totalitaire wereld te construeren. Het concept ‘identiteit’ is nationalistisch uit te werken, met verwijzingen naar de ‘nationale identiteit’. Dat laat zich aan de man brengen via een ‘nationaal-populisme’.

Welke veranderingen zijn gedurende de jaren zeventig te constateren? De in 1972 in Frankrijk geïntroduceerde antiracismewetgeving noopt extreemrechts naar nieuwe formules te zoeken: het zelfde blijven bedoelen maar dan verwoorden in andere dan de gebruikelijke termen. In dat geval vindt er een inwisseling plaats van ‘ras’ voor ‘identiteit’. De vijanden van de islam zijn de blanke Fransen (Europeanen)!

Die inwisseling van termen en verschijnselen heeft soms opmerkelijke kanten. Zo heerste bij extreemrechts in de jaren tachtig een sterke oppositie tegen wat heette de ‘Amerikaanse zionistische orde’. Daarbij wordt de islam als een groot medestander ervaren. Lebourg (in Le Monde 15 januari 2011) daarover: ‘De kiezers op het FN zouden echt versteld staan om in het theoretische tijdschrift van FN uit die tijd te lezen hoe het islamisme werd toegejuicht als identiteitsbeweging van verzet tegen de nieuwe [door de Amerikanen gedomineerde] wereldorde’.

Marine Le Pen, juriste en intellectueel van zwaarder kaliber dan haar vader, waardoor dan ook dreigender, onderkent al deze veranderingen. En zij weet ook mensen van uiterst links aan te spreken, zo blijkt uit een interview met een dertiger, werkzaam bij de Franse nationale vakbond CGT en daar ontslagen vanwege zijn herziene politieke stellingname (Le Monde, 25 februari 2011).

De geïnterviewde stond de laatste regionale verkiezingen in Frankrijk als tweede op de lijst van de Nieuwe Antikapitalistische Partij (van Besancenot). Waarom zijn overgang naar het FN? ‘Wie beter dan Marine Le Pen verdedigt de publieke diensten, de arbeidersklasse, de laïciteit? Niemand…’, antwoordt hij. En hij verdedigt zich nog eens: ‘Ik ben geen racist, ik ben een verdediger van de vrijheid van meningsuiting’. Ja, bevestigt een regionale bestuurder van het FN: ‘Deze nieuwe generatie van militanten wordt aangesproken door de sociale onderwerpen die Marine [Le Pen] in het politieke debat opvoert’.

Zij heeft enerzijds goed begrepen waar Sarkozy faalt. ‘Het zijn namelijk niet wij die regeren, maar de nullen, de onbekwamen, de lui met de lage voorhoofden, de schurken’, zegt zij als ze over de ‘crisis’ in Europa spreekt (Le Monde, 4 december 2010). Anderzijds heeft ze goed opgelet welke thema’s Sarkozy aandraagt om zich te profileren. In het politieke amalgaam dat dan ontstaat verschijnt het FN als een acceptabele partij. Hoe is dat verlopen?

Het is op dit moment (begin 2011) in de mode bij regeringsleiders om over het einde van het multiculturalisme te spreken. Maar in 2003 is Sarkozy nog een ‘multiculturalist’, zo schrijft de Franse antropoloog en socioloog Eric Fassin in zijn paginagrote artikel in Le Monde (26 februari 2011). Dan heeft Sarkozy het nog over ‘diversiteit’ en zelfs over ‘positieve discriminatie’ om tegenwicht te bieden aan zijn immigratiepolitiek. Hij houdt zich bezig met de instelling van de Franse Raad voor de islamitische cultuur. Hij legt daarover een en ander uit in zijn boek De republiek, de religies, de hoop (2004). Hij rekent op de islam om de vrede te verzekeren in de buitenwijken en volksbuurten van de grote steden. Verhoudt de islam zich met de republiek? Sarkozy ziet, dan nog, alleen al in deze vraagstelling een vorm van racisme…

Het oproer in de buitenwijken in 2005 maakt dat Sarkozy de bakens verzet. In 2007, als Sarkozy tot president van Frankrijk is verkozen, levert dit een ministerie van immigratie en van nationale identiteit op. Het wordt nu ‘wij’ tegenover ‘zij’. Wij zijn de ‘blanken’ die vrouwen, joden, homoseksuelen respecteren. Sarkozy onderstreept dan ook dat ‘bij ons de vrouwen vrij zijn, naar vrije wil kunnen trouwen, scheiden en zich zelfs kunnen laten aborteren’. Hier wordt ingespeeld op de islamofobie. De Franse president ziet zich niet meer als advocaat van de moslims in de republiek.

In 2009 introduceert hij het debat over de ‘nationale identiteit’. Alles faalt onder zijn handen. De politieke situatie verhardt. In de zomer van 2010 vindt de jacht op de Roma’s en zigeuners plaats. Sarkozy speelt expliciet in op de ‘raciale logica’ (Fassin). Hij combineert bijvoorbeeld ook een aantal misdrijven met een rassenelement. Het gaat om misdrijven die alleen kunnen worden begaan door een persoon die van oorsprong vreemdeling is. Met andere woorden: einde van de retoriek van de diversiteit!

Bij deze ontwikkeling van ideeën haakt het FN bij monde van Marine Le Pen aan. Zo merkt zij op dat ’in bepaalde wijken het niet best voor je is om vrouw, homoseksueel, jood te zijn, zelfs niet Fransman of blank’ (geciteerd bij P. Schindler, ‘Fascisme sournois, La petite phrase passée inaperçue de Marine Le Pen’, in Le Monde libertaire, nr. 1620, p. 4-5). Maar als Sarkozy en zijn UMP waardige politieke spelers geacht worden, waarom dan niet het FN, zo kan de vraag uit die hoek luiden. Is dan niet het moment aangebroken, zo sluit Fassin zijn artikel in Le Monde (26 februari 2011) af, dat we ons moeten bezinnen over het op handende zijnde democratische racisme? Tot zover het ‘monster doux’. Nu nog wat andere monsters. Een beperkte selectie hier.

Het islamisme krijgt er (terecht) van langs. Maar schakel het christendom niet uit. Hoe dat eeuwenlang de beest heeft weten uit te hangen, hoe het zich heeft weten te wortelen als legitimatieleer van de rijken, daarover gaat de studie van de Franse econoom Eric Stemmelen, getiteld La religion des seigneurs, Histoire de l’essor du christianisme entre le premier et sixième siècle (Michalon Editions, Paris, 2010). Vergeet daarbij niet dat de verstokte roomkatholiek Nicolas Sarkozy de ‘president van de rijken’ wordt genoemd. Het betoog van Stemmelen loopt dus door tot in onze dagen. Er is dus ook in religieuze zin een ‘monstre doux’ actief.

Alleen het atheïsme durft in dit geval het monster tegemoed te treden: religie is een belediging van de intelligentie. Hoe maak je dit duidelijk aan schooljeugd? Samen met enkele leraren maakten scholieren van Franse colleges en lycea een boekje onder de titel Athéisme, une conviction, une attitude (Les Éditions libertaires, Les Éditions ICEM-Pédagogie Freinet, St.-Georges d’Oléron, 2010). Het levert geen nieuwe, atheïstische inzichten, maar het leert wel hoe je samen met leerlingen een aanstekelijk boekje kan maken over een serieus onderwerp.

Dan zijn er nog monsters als televisie en reclame. Die manifesteren zich als een ware ‘terreur’. De Franse socioloog Vincent Goulet deed in een buitenwijk en volksbuurt van Bordeaux onderzoek naar de kijkgewoonten van mensen. Hij ging enkele jaren in die wijk wonen (observerende participatie) en vroeg mensen waarom zij televisie keken? Wel, je moet toch wat hebben om over te praten; natuurlijk geloven we niet alles… Uitgebreid rapporteert Goulet over zijn gesprekken in zijn boek Médias et classes populaires, Les usages ordinaires des informations (INA Éditions, Bry-sur-Marne, 2010).

Waarom komt men op de televisie zoveel sport en onbenul tegen? Die tv, dat ‘monster’ moet aanstaan, om terreur met reclameboodschappen te kunnen uitoefenen. Want uit eindelijk gaat het om commercie. Het kapitalistische monster gaat huis-aan-huis om koopgedrag richting gewin te kanaliseren. De ‘Groupe Marcuse’ valt dit systeem aan in hun bundel De la misère humaine en milieu publicitaire, Comment de monde se meurt de notre mode de vie (Éditions La Découverte, Paris, 2010).

‘Marcuse’ is hier de afkorting van ‘Mouve­ment Autonome de Réflexion Critique à l’Usage des Survivants de l’Économie’. Tegelijk is de naam een verwijzing naar de Duits-Amerikaanse maatschappijcriticus en filosoof Herbert Marcuse (1898-1979). De auteursgroep beschrijft ‘reclame’ als de poging mensen te ‘formatteren’, te kneden, tot consument, tot superconsument zelfs. Deze moet de ‘groei van de economie’ verwerken met zijn kooplust.

Hoe dit kapitalistische monster te bestrijden? Op zijn minst kan men weigeren nog langer te voldoen aan de drang tot overconsumptie. Dat komt mede neer op het vaarwel zeggen tegen het verschijnsel ‘groei’. Dat kan volgens de Franse econoom Jean Gadrey, die dit uitwerkt in zijn boek Adieu à la croissance, Bien vivre dans un monde solidaire (Les petits matins / Alternatives Économiques, Paris, 2010).

We kunnen er ook mee ophouden onze cipiers te kiezen in een vertegenwoordigende democratie, door zelf het heft in handen te nemen. Al meer dan een eeuw geleden schreef de Franse activist Paul Brousse (1844-1912) daarover, in 1874, onder de titel Le suffrage universel et le problème de la souveraineté du peuple (in herdruk uitgegeven bij Le Flibustier, Marseille, 2010).

Het heft zelf in handen nemen. Directe actie dus. Daar heeft Émile Pouget (1860-19321) begin vorige eeuw als revolutionair syndicalist aan gewerkt en over geschreven. Een aantal teksten van hem zijn gebundeld en van een nuttige inleiding voorzien, getiteld L’Action directe et autres écrits syndicalistes (1903-1910) (Agone, Marseille, 2010).

Het gaat daarbij onder meer om ruimtes van vrijheid en zelfbeheer te creëren, waar de diverse ‘monsters’ worden geweerd. Toni Negri (1933) een bekende Italiaanse politieke filosoof en marxist, en Félix Guattari (1930-1992), een Franse psychoanalyticus en filosoof schreven over die ruimtes in hun bundel Les nouveaux espaces de liberté (Nouvelles Éditions Lignes, 2010). Het is een heruitgave van eerder gepubliceerde teksten (1985) aangevuld met een tekst van Negri (uit 1990). Er wordt gesproken over een nieuwe revolutionaire politieke, een nieuwe productieve associatie, een nieuw organisatie type. Het klinkt als beton, maar het ‘gebouw’ wil niet van de grond komen. Er hangt dan ook het bordje ‘Work in progress’ bij (p. 111). Ik kon de nieuwe ruimtes van vrijheid dus niet vinden…

Ook in enkele tijdschriften wordt aandacht aan de bestrijding van een ‘veelkoppige monster’ geschonken. Wie zal die bestrijding ter hand nemen, is de vraag? De ‘massa’, een ‘voorhoede’ (gekozen of zelf geproclameerd), een geheim genootschap. Al deze vormen kunnen als ‘sujet révolutionnaire’ worden herkend. Het thema van het Franse anarchistische tijdschrift Réfractions (nr. 25, herfst 2010) luidt dan ook: ‘À la recherche d’un sujet révolutionnaire’. In de landen van de Afrikaanse kant van de Middellandse zee zijn de mensen in grote getale de straat op gegaan, repressie en armoede beu. Daar manifesteert zich op die wijze het ‘sujet révolutionnaire’. Er blijken dus meerdere gedaantes te bestaan. Réfractions geeft over die gedaantes heel wat te lezen en te overdenken.

Dan is er nog het libertaire en sociale tijdschrift Offensive met aandacht voor volksopstanden van vóór de Franse revolutie (1789). Om te laten zien hoe de bevolking bij herhaling haar onvrede duidelijk heeft gemaakt. Het thema is: ‘Avant la révolution, Révoltes populaires de l’an mil à 1789’.

Tot slot vermeld ik nog dat het archief van Guy Debord, de initiatiefnemer van het internationale situationisme, is ondergebracht in de Franse nationale bibliotheek te Parijs. De AS nr. 134-135 (zomer 2001) besteedde aandacht aan hem met het thema ‘Guy Debord en het situationisme’.

Thom Holterman

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: