Skip to content

Participatiedemocratie: de Burger in Confrontatie met de Elite van de Macht

11/06/2011

Participatie is een containerbegrip. Dit betekent dat het van alles kan inhouden: ‘deelname’, ja, maar door wie, waar aan en met welke zin? Het beantwoorden van die vragen heeft al heel wat bedrukt papier opgeleverd. Bovendien lijkt het verschijnsel ‘participatie’ en daarmee ook de gewone burger, van het politieke toneel verdwenen. De elite heeft de boel weer stevig in handen. Juist daarom is het nuttig dat een groep Franse onderzoekers (sociologen, economen, historici, politicologen) de bundel La démocratie participative, Histoire et généalogie heeft gepubliceerd.

Het is namelijk goed om over dat onderwerp geïnformeerd te zijn. Het elitaire en autoritaire beeld dat heden van het politieke bedrijf zichtbaar wordt, krijgt daardoor duidelijker contouren. Dat bedrijf steunt op een elitistisch element (van elite, elitair). Dat element verwijst naar wat, kort door de bocht, heet: gewone burgers wordt het vermogen ontzegd om op redelijke wijze bij te kunnen dragen aan het uitwerken van de inrichting van de maatschappij. Hoe is het onderwerp door de Franse wetenschappers aangepakt?

De bundel kent drie delen. Het eerste deel gaat nader in op de verschillende kernbegrippen die binnen het participatiebegrip een bepalende rol spelen. Zo wordt geschetst hoe in de loop van de tijd participatie wordt verwacht en aangemoedigd successievelijk van de ‘burger’, de ‘Inwoner’, de ‘inwoners’ (met een hoofdletter geschreven wordt hij op een voetstuk geplaatst; vervolgens wordt de term zonder hoofdletter en in de meervoudsvorm gebruikt: het ‘gewone volk’ dus…). In beleidsstukken, nota’s en verslagen heeft dit alles zo zijn eigen, specifieke betekenis.

Een andere term die wordt ingebracht om een bepaalde inhoud te geven aan participatie is ‘zelfbestuur’. Dat is met name in de jaren zestig en zeventig overgewaaid vanuit het voormalige Joegoslavië onder Tito (‘arbeiderszelfbestuur’). Uit de feministische hoek stamt het begrip ‘empowerment’ (zelfverwerkelijking), overgekomen uit de VS, waarmee participatie tot uitdrukking kon komen. Telkens gaat het om mobilisatie van mensen, om hen betrokken te laten raken bij maatschappelijke activiteiten. De begrippen ‘wijkcomité’ en ‘wijkraad’ raken in… en weer uit.

Het tweede deel beschrijft de ‘geschiedenis’ van de uitvoering van participatiemogelijkheden. Daarbij wordt vanuit de Amerikaanse praktijk van rond de vorige eeuwwisseling (1890-1920) de Franse praktijk (jaren 1960-1990 vooral) een spiegel voorgehouden. Maar wie de Nederlandse gang van zaken kent, kan Frankrijk zo voor Nederland inwisselen.

Het derde deel behandelt het participatieverschijnsel binnen de ‘wetenschap’ in ruime zin. De uitwerking van dit deel is aan de magere kant. Het onderwerp is echter belangrijk genoeg. Want ook in deze sector viert een elitistisch argument hoogtij, in dit geval om de autonome benadering van wetenschappen en universiteit zeker te stellen: gewone burgers worden niet in staat geacht op rationele wijze deel te nemen aan een debat over collectieve keuzes. Maar mag de ‘maatschappij’ misschien mee bepalen wat er onderzocht wordt? Op welke wijze manifesteert de ‘maatschappij’ zich dan als participerend subject? Kwesties van eminent belang om vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld ten behoeve van het bepalen waar onderzoeksgelden aan zullen worden besteed …

De behandeling van de participatiegedachte zoals die op onderdelen in deze bundel aandacht krijgt, verloopt langs twee lijnen. De ene lijn manifesteert zich in de vorm van aandacht voor elitistische opvattingen. Daar wordt aandacht aan besteed bijvoorbeeld om te beschrijven welke obstakels worden aangebracht om de participatiepraktijk te frustreren of te torpederen.

De andere lijn is die van de participatie als op zichzelf staand verschijnsel. Deze lijn volgt de golfbewegingen in de geschiedenis van meer of minder participatie, met als spiegelbeeld de al dan niet geslaagde obstructie door elitistische ingestelde instanties. Opmerkelijk is dat in de VS dan al in de periode 1890-1920 drie direct-democratische instrumenten zijn geïnstitutionaliseerd: volksinitiatief, referendum, recall (terugroepingsrecht). In de bundel wordt aan deze ‘geschiedenis’ met name aandacht besteed om duidelijk te maken dat het een illusie is om in termen van ‘absolute nieuwigheid’ te denken.

Elitedemocratie

In de bundel wordt, zoals blijkt, herhaaldelijk op elitistische uitgangspunten gewezen zonder dat er een ‘elitetheorie’ wordt ontwikkeld. Dat is hier ook niet nodig. Op verschillende plaatsen in de bundel wordt voor de formulering van een elitistisch vooroordeel verwezen naar de econoom J. Schumpeter (1883-1950). Dat is in dit kader ruim voldoende om een idee te krijgen waarover men spreekt.

Aan Schumpeters boek Capitalism, Socialism and Democracy (1942) is te ontlenen dat hij vindt, dat het electoraat niet het vermogen heeft om te weten wat het beste is aangaande het ‘algemeen belang’. Om die reden is volgens hem het huldigen van het idee van ‘regering door het volk’ onwenselijk. Daarom is het beter om democratie op te vatten als een competitiestrijd tijdens verkiezingen tussen leiders (denk aan de verkiezingsdebatten tussen partijleiders en de aanwijzing van de ‘winnaar’).

Na hem zijn er politicologen geweest die deze visie nader hebben uitgewerkt, zoals Robert Dahl. Zijn observaties van het bestaande democratische bestel leidde ertoe dit in 1973 te omschrijven als een stelsel waarin verschillende elites trachten de macht te veroveren (zie zijn Polyarchy, Participation and Opposition). Sindsdien is daar niets aan veranderd.

Zoveel is duidelijk dat de participatierol van de gewone burgers in het politieke speelveld nog steeds sterk wordt beperkt (kiezen van de leiders). Het effect ervan is het ont- en bestaan van een elitedemocratie. In het perspectief daarvan discussieert men recent over het wel of niet voorkomen van een personendemocratie. De terminologie is dan veranderd, de ‘elite’ blijft.

Het zijn dit soort opvattingen die Carole Pateman indertijd met haar boek Participation and Democratic Theory (1970) uitdaagt. In de Franse bundel krijgt dit zijn aandacht in het hoofdstuk ‘Participatiedemocratie en het vereiste van overleg: een confrontatie’. Met name twee elementen uit het boek van Pateman worden naar voren gehaald.

Het eerste element betreft het feit dat zij de uitdaging van de elitetheorie aanneemt: als het gewone volk dan apathisch en onwetend is, denk dan na over de middelen om daar iets aan te doen. In dat geval werkt zij het idee van de burgerparticipatie uit.

Het tweede element verwijst naar het verrichten van arbeid. Dat neemt een belangrijk deel van ons leven in beslag. ‘Werk’ moet dus ook open staan voor participatie. Dat is de reden dat ze een aanmerkelijk deel van haar boek aan arbeiderszelfbestuur besteedt. Haar boek is er opgericht de autoritaire en hiërarchische structuren te slechten die in de burgerlijke maatschappij en vooral in de arbeidsrelatie bestaan. Overigens is Robert Dahl later ook gaan pleiten voor ‘the right to workplace democracy’.

In de jaren zeventig en tachtig konden deze ideeën aanslaan, waarna de tempering en neutralisering ervan plaatsvond. In de Franse bundel wordt dan ook geconstateerd dat het semantisch gebruik van de term participatiedemocratie in Europa zelden een burgerlijke beweging reflecteert die een ‘bottom up’ dynamiek integreert. Bovendien als er al iets van dynamiek bestond, dan was die bijna altijd losgekoppeld van het vraagstuk van de sociale gerechtigheid. Wat er ook in de burgerlijke maatschappij aan ‘participatie’ aan de orde is geweest, steeds was ze structureel anti-libertair en intentioneel anti-socialistisch. Ik sluit me (mede als ervaringsdeskundige) bij die zienswijze aan en vul dit aan met de conclusie dat de representatieve democratie nog immer het masker is van een elitedemocratie.

Lessen

Als er al enkele lessen te trekken zijn volgens de Franse wetenschappers, dan de volgende:

  1. Participatie laat zich niet van bovenaf opleggen. Het moet als ‘faciliteit’ mogelijk zijn en van onderop ‘groeien’.
  2. Participatie mag dan een belangrijk goed zijn, het vermogen van instituties en dominante groepen (kapitaalverschaffers bijvoorbeeld) om te evolueren opdat niets substantieels verandert, mag niet worden onderschat. Dat is ook wat een deel van het in de bundel verwerkte historische materiaal laat zien.
  3. Het is nooit de bedoeling geweest dat de participatiedemocratie de representatieve democratie zou vervangen (wat nu juist wel de bedoeling is in de situatie waarover Marianne Maeckelberg in haar boek schrijft; zie mijn bespreking ervan op deze SITE).

In de bundel wordt verder nog opgemerkt, dat het introduceren van participatie en overleg als ‘norm’ niet zonder consequenties is. Wanneer men bijvoorbeeld in regelgeving opneemt dat een beslissing genomen wordt na of in (wat niet het zelfde is) overleg met de bewoners van een wijk of de ‘omwonenden’, dan zouden die mensen daar wel eens gebruik van willen maken. Die ‘norm’ daagt mensen dus uit om aan het beslissingsproces deel te nemen. Zij zullen ook verlangen dat dit met faciliteiten is omkleed. De introductie van die ‘norm’ draagt dus mede het karakter van een ‘normuitdagende operatie’, zoals ik dat noem. Van ‘officiële zijde’ horen we dan ook niet meer over ‘participatie’  en ‘overleg’ spreken! De elite is aan de macht.

Thom Holterman

BACQUÉ, M.-H. et Y. SINTOMER (red.), La démocratie participative, Histoire et généalogie, uitgegeven door La Découverte, Paris, 2011, 288 blz., prijs 26 euro.

[In de bespreking van het boek op de site van DE VRIJE verwijs ik nog naar wat andere literatuur]

2 reacties leave one →
  1. hein permalink
    18/05/2012 21:39

    heel boeiend! maar kan het wel die kant opgaan als wij zien hoe wij door de complexiteit worden gedicteerd. Europa en het gedoe om de euro lijken zelfs de elitedemocratie weg te spelen!

    • tijdschriftdeas permalink*
      18/05/2012 21:46

      Ongetwijfeld zal er een leerproces aan vooraf gaan, dus waarom niet beginnen in de gemeente…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: