Skip to content

Libertaire vormen van Samenwerking: Commune en Coöperatie

11/07/2011

Het communeleven lijkt te stammen uit het hippietijdperk. Er zit een verwijzing in naar iets ‘utopisch’. Het klinkt allemaal zover weg. Is er nog iets van terug te vinden in het heden? Letten we op de ondertitel van het boek Amerikaanse utopieën dan kunnen we die vraag onmiddellijk bevestigend beantwoorden: Libertaire experimenten vanaf de negentiende eeuw tot heden.

Het onlangs verschenen boek van de Franse woordvoerder en oprichter van een van de communes uit de beginjaren zeventig van de vorige eeuw, Christian Dupont, draagt de zonnige titel Osons l’utopie! Le fol été des communautés. Ook dat laat niet veel ruimte tot twijfel: wat hij toen begon, bestaat niet meer. Er is immers sprake van één ‘dolle zomer’. Toch is Dupont niet pessimistisch, want ook hij weet dat sommige experimenten zelfs zijn uitgegroeid tot internationale coöperatieve, libertaire leef- en werkgemeenschappen.

Goed, Dupont schrijft over het experiment dat hij startte met een aantal anderen: leven in een commune, ergens in het zuiden van Frankrijk, à la campagne, in een oude boerderij. Het zou overigens heel goed kunnen dat dit een van de communes is, waar ik indertijd een moment was. Er komt namelijk ook (even) een ‘motard’, een motorrijder bij hen langs, zo beschrijft hij.

De dolle zomer

Bovendien stelde ik een brochure samen, die de titel draagt Anarchie & Kommune (Rotterdam, 1968, nr. 4). Ik gaf die uit via het door mij, eind jaren zestig, opgerichte uitgeverijtje ‘Subterranean Press’. Het betreft een tekst die achtergronden schetst van het leven in verschillende soorten ‘communes’ (sommige ervan bezocht ik), in diverse Europese landen. Ik bespreek ook summierlijk de ‘ideologische’ keuzes en wijs op de beweging die zich ‘C-Power international’ noemt (C van ‘communication’). Dit alles bestaat niet meer. Toen ik het boek van Dupont in handen kreeg, moest ik aan die brochure denken…

Het boek van Dupont beschrijft die ene ‘dolle’ zomer waarin de commune bestond en die hij met een aantal anderen opzette. Het is een verhaal met de teneur van ‘opkomst en ondergang’. De deelnemers worden door hem gekarakteriseerd, hun onderlinge discussie over allerlei onderwerpen worden weergegeven en hij besteedt aandacht aan een aantal ‘faalmomenten’. Het blijkt namelijk niet zo makkelijk libertair te zijn en samen te leven.

Diepgang moet men niet van deze tekst verwachten. Soms verbaas je je over de naïviteit die je tegenkomt. In de marge noteerde ik ergens in het boek: de meeste deelnemers zijn zo goed geschoold, dat zij de basale dingen van het leven zijn kwijt geraakt. Dat was bij de discussie dat het ook winter zou worden (in een utopie blijft het misschien altijd zomer?) en dat je dus op tijd voor een kachel en hout moet zorgen…

Aan het einde van zijn boek gaat Dupont kort in op wat er van de deelnemers nadien is geworden (voor zover hij dat heeft weten te achterhalen). In een korte evaluatie maakt hij de balans op. Zo plaatst hij de opkomst van het communeleven tussen een aantal andere vormen van politiek activisme. Tevens wijst hij op enkele geslaagde communautaire vormen van leven en werken, zoals de beweging Longo maï (meer over hen? Klik HIER).

De tekst van Dupont lijkt me met de losse pols geschreven. Je moet er allemaal niet zo zwaar aan tillen, straalt het uit, maar je moet het allemaal wel weten en durven…

Samenwerken

Dit experiment situeert zich dus in de beginjaren zeventig van de vorige eeuw. Maar al aan het begin van die eeuw komt men het communeleven tegen. Men vat de verschillende vormen ervan samen onder de naam ‘les milieux libres’. De poging was te leven als anarchist. Of men dat nu benadert vanuit een individueel of een sociaal perspectief, steeds gaat het ook om samenwerken. Zelfs de vader van het individueel anarchisme, de Duitse filosoof Max Stirner (1806-1856) spreek over de vereniging van egoïsten.

Dat samenwerken moet ook worden geleerd. Dit betekent dat men bereid moet zijn al vanaf de geboorte kinderen een libertaire opvoeding en libertair onderwijs te geven. Daar zijn natuurlijk ook allerhande ideeën over ontwikkeld. De Française Céline Beaudet schreef over deze complexe materie een studie getiteld Les milieux libres. Vivre en anarchiste à la Belle Époque en France (Les Éditions Libertaires, St-Georges-d’Oléron, 2006).

Natuurlijk is dit alles niet aan Nederland voorbij gegaan. In het boek van A.C.J. De Vrankrijker getiteld Onze anarchisten en utopisten (Bussum, 1972) vindt men daarover informatie. Wie meer gedetailleerd geïnformeerd wil zijn zal de studie van Frans Becker en Johan Frieswijk ter hand moeten nemen: Bedrijven in eigen beheer, Kolonies en produktieve associaties in Nederland tussen 1901 en 1958 (Nijmegen, 1976).

Een gedegen studie over dit onderwerp, maar dan geheel op de Verenigde Staten gecentreerd, treft men aan van de hand van Ronald Creagh, getiteld Utopies américaines. Expériences libertaires du XIXe siècle à nos jours (Agone, Marseille, 2009).

In dat kader wil ik verder nog wijzen op de hedendaagse libertaire coöperatiebeweging in de USA, waarover een aanzienlijke hoeveelheid informatie is te vinden in het Italiaanse anarchistische maandblad Rivista A (het is in het Engels vertaald; in nr. 362 deel één, klik HIER; het tweede deel vindt men in nr. 363, klik HIER).

Thom Holterman

DUPONT, Christian, Osons l’utopie! Le fol été des communautés, uitgegeven door Les Éditions libertaires, St-Georges-d’Oléron, 2011, 255 blz., prijs 15 euro.

One Comment leave one →
  1. 09/08/2011 15:11

    Heel interessant. Dit zou meer gevolg moeten krijgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: