Skip to content

Anarchisme, een discussie

14/07/2011

Over het anarchisme bestaan allerhande misverstanden. Sommige zijn hardnekkig. Andere worden moedwillig door tegenstanders in leven gehouden. Die laatste zijn dan ook niet op te heffen. De eerste soort laten zich bediscussiëren. Wie bereid is de argumentatie te overwegen, die zo’n discussie oplevert, kan zich wellicht bevrijden van een bij hem of haar levend misverstand omtrent anarchisme.

Het is ondermeer om die reden dat de redactie van het Franse anarchistische tijdschrift Le Monde libertaire een discussie heeft geëntameerd tussen twee Franse sociologen. De een, Valéry Rasplus is redacteur van enkele tijdschriften, waaronder het politiek-filosofische blad Des lois et des hommes. Hij stelt de vragen. De ander is Daniel Colson, docent aan de universiteit van Saint-Étienne, alsmede auteur op het vlak van het anarchisme. Zie van hem bijvoorbeeld zijn Petit lexique philosophique de l’anarchisme de Proudhon à Deleuze (2001). Hij beantwoordt de vragen.

Wat volgt is mijn vertaling uit het Frans van onderdelen van het interview. Het geheel draagt de titel ‘Au sujet de l’anarchisme, Valéry Rasplus et Daniel Colson discutent’. Het is opgenomen in Le Monde libertaire, hors série nr. 42, 7 juli – 7 september 2011, p. 18-22.

Thom Holterman

De discussie

Valéry Rasplus: Wat definities en beginselen aangaat, bestaat er voor u een onderscheid tussen de woorden ‘anarchisme’ en ‘libertair’?

Daniel Colson: Het ‘voor u’ in uw vraag is belangrijk. Gezien vanuit hetgeen het anarchisme wordt geacht te vertegenwoordigen en dat wat het fundeert, kent het anarchisme geen paus, geen centraal comité, geen woordvoerder. Het autoriseert een ieder in zijn naam te spreken. Het kan dus niet anders dan dat er een groot aantal verschillende gezichtspunten is, die vaak ook nog eens met elkaar strijdig zijn, maar telkens wel een bepaalde visie op het concept van de anarchie vormen.

[…]

Voor mij bestaat er geen verschil tussen beide woorden, behalve misschien waar je met het woord ‘anarchisme’ verwijst naar het geheel van verschijnselen en krachten die men ieder afzonderlijk trouwens weer kan benoemen als ‘libertair’. Waar het om draait is dat de krachten die anarchistisch of libertair worden genoemd, of het nu gaat over omvangrijke of beperkte krachten, elkaar zodanig versterken dat ze dringen in de richting van de radicale verandering van de wereld waarin wij leven.

De interne verschillen bij het gebruik van de twee woorden, hangt slechts samen met de subversieve intensiteit of de radicaliteit van de verschijnselen waaraan zij uitdrukking geven. Vanuit dit perspectief is er geen verschil of iets ‘anarchistisch’ of ‘libertair’ wordt genoemd. Het gaat om de aspiraties (de vrijheid), de manieren van actievoeren (opstand, directe actie, de verwerping van ‘vertegenwoordigers’ in het verschijnsel ‘vertegenwoordiging’), de organisatiewijzen (autonomie, zelforganisatie, federalisme en vrije associatie van bevrijdende krachten). […]

V. R.: Wat is de actuele stand van zaken aangaande het anarchistisch onderzoek in academische kringen in Frankrijk?

D. C.: Het anarchisme is lang volkomen genegeerd en gewantrouwd in academische kringen, maar het begint nu op sommige plaatsen een zekere erkenning te krijgen. […] Overigens is dat in Frankrijk nog maar in zeer beperkte mate het geval vanwege de lang bestaande hegemonie van het marxisme. De hedendaagse acceptatie van het anarchisme, hoewel bescheiden, in de sfeer van het onderzoek en aan de universiteit, hangt voor een deel samen met bepaalde interesses van mensen op het vlak van actuele gedachtevorming binnen de filosofie, bijvoorbeeld onder verwijzing naar denkers als Deleuze of Foucault. Het zelfde zien we binnen de sociologie waar men het pragmatisme herontdekt en ook bij de ontwikkeling van stromingen afkomstig van de etnomethodologie [een soort microsociologie verwant met de antropologie; thh].

Maar deze verschijning van het anarchisme in de academische wereld is niet per definitie een goede zaak gezien vanuit het anarchistische gezichtspunt. Academische en universitaire instanties vervullen in het algemeen een rol in de maatschappij die het anarchisme sterk tegen staat en waarmee het juist wil breken. Dat geldt zeker de wijze waarop universiteiten functioneren. Vandaar het bestaan van een grote spanning, in het bijzonder bij jonge wetenschappers, tussen hun overtuiging, hun persoonlijke betrokkenheid bij het anarchisme en de noodzaak om allerlei vanuit een anarchistische standpunt ontmoedigende selectieprocedures voor een universitaire ‘carrière’ te ondergaan.

In het universitaire kader kan het anarchisme slechts een bron van spanning en aanstoot zijn vanwege de directe lijn die er loopt naar alle vormen van actueel verzet. Die spanning is alleen op te heffen als het zich transformeert in een soort dode taal of het onderwerp van studie wordt voor andere soorten ‘gerechtelijk geneeskundigen’ (lijkschouwers) zoals historici en sociologen, waar we overigens niet op zitten te wachten. […] Samenvattend kan men zeggen dat het anarchisme niet integreerbaar is in de actueel bestaande universitaire orde.

V. R.: De Amerikaanse antropoloog en anarchist, David Graeber heeft het op zich genomen een anarchistische antropologie tot ontwikkeling te brengen binnen de universitaire wereld. Denkt u dat dit een levensvatbaar project is en dat er ook zoiets als een anarchistische sociologie is op te zetten?

D. C.: David Graeber heeft gelijk als hij zegt dat het anarchisme ook een antropologie is. Maar het gaat hier om een ongewone antropologie waarvan men moeilijk kan inzien hoe het zich zou kunnen ‘nestelen’ in de universitaire wereld. […] Ik wil daar nog aan toevoegen dat het anarchisme niet alleen een ‘beeld’ van de mens verschaft (antropologie), maar tegelijkertijd ook een visie en een praktisch veelvorming project levert. Men spreekt dan van een anarchistische ontologie. Bij ‘ontologie’ gaat het om een ‘zijnsleer’. Maar ‘dat wat is’ (voor het anarchisme), bestaat juist uit ‘het worden’, het veelvoudige, het enkelvoudige, het verschil, het toevallige, het tegengestelde, de permanente verandering, het gebeuren, de omstandigheden en de situaties.

Het ontologische karakter van het anarchisme moet daarom worden begrepen vanuit zijn radicaliteit en zijn revolutionaire karakter. Radicaliteit en het revolutionaire idee zijn in het anarchisme noch eerst en zelfs ook niet principieel gelijk aan de politieke betekenis die deze woorden in de loop van de twee afgelopen eeuwen hebben gekregen. De radicaliteit en het revolutionaire karakter van het anarchisme richt zich namelijk op omverwerping, op ondermijning in de betekenis van: het ontwrichten van het geheel van bestaande verhoudingen in alles wat bestaat, van het kleinste tot het grootste, het tot ontbinding laten overgaan van de machtsverhoudingen en het opnieuw van binnenuit anders opzetten van een gemeenschappelijk inrichting van wat Proudhon als ‘positieve anarchie’ kwalificeerde en Deleuze als ‘immanent plan’ of ook wel ‘consistentie’.

[…]

V. R: Kunt u ons enkele voorbeelden geven van maatschappijen die zich voor hun opbouw hebben laten inspireren door het anarchisme om het van daaruit toe te passen in maatschappelijke verhoudingen en om het tot verdere ontwikkeling te laten komen?

D. C.: Het op het marxisme geïnspireerde communisme heeft gepretendeerd de staat in de handen van de burgers te hebben laten overgaan waarmee ook een tijd lang de illusie van een ‘reëel bestaand socialisme’ is verschaft. Maar in werkelijkheid is het nooit tot een waarlijk socialisme gekomen, nooit en nergens. Het anarchisme als de grootste bevrijdende kracht met betrekking tot het socialisme heeft dus nooit geleid tot een consequente en blijvende verwerkelijking van het socialistische project. Er is slechts sprake van ‘een korte zomer van de anarchie’ zoals Enzensberger de Spaanse revolutie typeert of van slechts enkele maanden van een libertaire revolutie in de Oekraïne.

De magere  opbrengst van het libertaire streven in de verschillende politieke contexten onderstreept de kwetsbaarheid ervan. Het kenmerkt echter niet een loochening van dat streven of de bevestiging van het utopische karakter van het anarchistische project.

Nauw verbonden met de wijze waarop de libertaire situatie wordt geboren en de korte duur ervan gelet op de experimenten binnen de arbeidersbeweging, gaat het anarchisme veel verder dan zo’n enkele situatie en zijn uitzinnige hoop, om snel een maatschappij in te richten zonder klassen en zonder dominantie. Omdat het alle aspecten raakt die in beweging zijn, gaat het anarchisme aan niets van de moeilijkheden voorbij die het project tegenkomt. Het is juist vanwege de grote omvang en de oneindige details van zijn ambities, dat het anarchisme zich tegelijkertijd nauw kan verbinden met de toekomst van de strijd en de actuele beweging. […]

Met andere woorden, het anarchisme is geen politieke idealistische utopie waarvan de realisatie afhangt van een capaciteit die niet minder utopisch is (en catastrofaal in zijn effecten) om de wereld en de werkelijkheid aan zijn ideeën en programma te onderwerpen. Het anarchisme is in tegenstelling een buitengewoon realistische opvatting omtrent de wereld. Het anarchistisch concept en het idee dat wat ‘is’, wordt niet gezien als een goddelijke of redelijk orde. Het is in eerste instantie als ‘chaos’ (de anarchie) en zonder diepere zin dan ‘er zijn’ op te vatten. […]

Het is vanuit deze realistische evaluatie van de wereld, dat het libertaire project zich aanbiedt voor zijn praktijken en zijn logica’s van associatie, om de chaos te transformeren in wat bij Proudhon ‘de positieve anarchie’ heet. Dat verwijst naar de vrije associatie van vrije menselijke krachten die leren van hun praktijken en van de zinvolheid die daarbij wordt ervaren. Dit begeleidt mensen bij het construeren van de gemeenschappelijke inrichtingen en het brengt een gemeenschappelijke reden voort om een maximum van krachten op te leveren.

[…]

V. R.: Als men een maatschappij van het anarchistische type zou instellen, wie of wat vervangt dan de instituties van de moderne maatschappijen – gebaseerd op de staat –  zoals de militaire structuur, de politie, de inlichtingendiensten?

D. C.: Zoals uit het voorgaande duidelijk is geworden, heeft het ‘instellen van een maatschappij van het anarchistische type’ vanuit een libertaire gezichtshoek weinig waarde. Het anti-etatisme van het anarchisme houdt de afwijzing in van elk gecentraliseerd steunpunt dat beslissingen neemt voor het geheel van de maatschappij en daarmee ook van elke ‘institutie’ die van buitenaf komt en onderdrukkend optreedt.

Voor het anarchisme is er geen ‘exterieur’ dat niet tevens inclusief gedacht wordt in de bestaande dingen.

[…]

Hierna bespreken Rasplus en Colson nog het vraagstuk van het gebruik van het geweld binnen het anarchisme, het revolutionaire syndicalisme, het anarchosyndicalisme, de radengedachten. Er is geen afsluitende conclusie. Het libertaire project is intrinsiek een open project…

Het beeldmateriaal is afkomstig van Jean en overgenomen uit Le Monde libertaire, hors série nr. 42 (2011). Het begeleidde het interview.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: