Skip to content

Elementen van Economische Theorie in het Anarchisme

14/08/2011

De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met crisis op crisis in financieel-economische zin. Die komen niet uit het niets. En zolang het kapitalistische bestel wordt gehandhaafd, zullen die ook niet verdwijnen. Dat bestel berust namelijk op een roofzuchtig winststelsel waarvan de ‘drive’ destructie oplevert. Een minderheid van de bevolking ziet kans daar beter van te worden, waarna aan een meerderheid van bevolking wordt overgelaten de klappen op te vangen. Steeds heeft men, zelfs tijdens die crises, grote rijkdom en diepe armoede naast elkaar gezien. Plaats, tijd en soort mensen (van ‘dikbuikige fabriekseigenaren’ met grote sigaar tot ‘snelle jongens’ in op maat gesneden pakken) laten grote veranderingen zien, maar rijkdom / armoede, depressie / repressie zijn ‘constanten’ gebleken.

Steeds zijn er ook politieke partijen en politici geweest, die de ‘handhaving’ van het bestel door middel van repressie hebben weten te bewerkstelligen. Aan degenen die kritiek op dit alles hebben, zoals anarchisten, wordt dan gevraagd of zij soms een oplossing voor die crises hebben? De vraag is begrijpelijk, maar het antwoord is niet vanzelfsprekend.

Want anarchisten, om bij hen te blijven, zijn geen ruimers van het puin door anderen veroorzaakt. Die crises zijn de hunne niet. Zij hebben wel aangegeven wat de grondslag van die crises is: het kapitalistische bestel. En wie de (sociale) puinhopen telkens veroorzaakt, is ook duidelijk: de kapitaalsbeluste oligarchische ‘klasse’.

Het is allemaal wat kort door de bocht geformuleerd, maar het gaat dan ook om de kern. Overigens is een diepgravende analyse van de veroorzaking van alle puin al ruim anderhalve eeuw geleden gemaakt, door Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865).

Zal zo’n analyse niet verouderd zijn? Omdat Proudhon zijn analyse op de constanten van het kapitalisme richt, luidt het antwoord op die vraag ontkennend. Ze behoeft geen ‘aanpassing’ maar uiteraard wel een ‘actualisering’. Dus al spreken we nu over ‘neoliberaal financieel kapitalisme’, de kern van het kapitalistische denken (en handelen) heeft zich gehandhaafd. En die kern heeft een inherent destructief karakter. Waar draait het om, in de ogen van Proudhon?

‘Eigendom, dat is diefstal.’

Dit zinnetje, in de vorm van een provocerende slogan, is in werkelijkheid de aankondiging van een langlopende studie van Proudhon die zal opleveren: een waardetheorie, een arbeidstheorie en als conclusie een theorie over de kapitalistische verrijking. Aldus begint het hoofdstuk in een recente brochure over het denken van Proudhon (uitgegeven door Éditions du Monde libertaire, Parijs, 2009). Ik verschaf hier mijn vertaling van de kern van het betreffende hoofdstuk (de toevoegingen tussen [ ] zijn van mij).

Proudhon koppelt aan de waardeproductie wat hij noemt ‘collectieve kracht’ (‘force collective’). Dat wil zeggen de ‘kracht’ die wordt opgeleverd door organisatie en harmonisatie van uitgevoerd werk. Opgemerkt kan worden dat die ‘kracht’ verre overstijgt de optelsom van het individueel verrichte werk. [Voorbeeld: drie pianoverhuizers brengen samen in één uur een piano naar de eerste verdieping van een huis. Het aantal gewerkte uren is dus drie. Elk van de pianoverhuizers afzonderlijk zou, in zijn eentje dus, het werk niet eens in drie uren kunnen volbrengen. De samenwerking die zij organiseren maakt dat zij het karwei kunnen klaren. Dat is de ‘collectieve kracht’]. Welnu, de collectieve kracht die het resultaat is van het samenvloeien van de individuele bijdragen in het werk tot meer dan de optelsom van het aantal gewerkte uren, die wordt niet door de kapitalist uitbetaald. De kapitalist betaalt namelijk iedere arbeider slechts zijn uurloon, maar verdeelt niet onder hen de totale waarde van het geproduceerde.

Proudhon introduceert hier een arbeidstheorie die hij later verder zal ontwikkelen en die hij dan vertaalt in de theorie van het ‘natuurlijke salaris’: voor de arbeiders en, in het bijzonder, zij die in grotere werkplaatsen en industrieën een salaris verdienen, moet het ‘natuurlijke salaris’ in overeenstemming zijn met de noodzakelijke levensbehoeften van arbeidersgezinnen.  Zo moeten zij kunnen rekenen op bestaanszekerheid. [Heden valt alleen nog maar te rekenen op bestaansonzekerheid].

De arbeidstheorie  van Proudhon houdt tevens een theorie over de kapitalistische verrijking in. Zijn arbeidstheorie wijst elke opvatting af  die ‘arbeid’ niet als grondslag heeft. Hij bestrijdt hiermee opvattingen waarin ‘kapitaal’ als grondslag wordt genomen. Voor Proudhon zijn ‘kapitaal’, ‘rente’, ‘eigendom’ slechts producten van arbeid: het kapitaal is ‘geaccumuleerde, geconcretiseerde, gestolde arbeid’.

Deze theorie laat zien dat het niet simpelweg om accumulatie van individuele arbeid gaat, maar om waarde die zich vergroot tot ‘collectieve arbeid’, te herkennen als ‘collectieve kracht’ die ontstaat door de organisatie van de individuele inzet van mensen. De ‘kapitalist’ legt beslag op hetgeen de beroepsbevolking als ‘collectieve kracht’ oplevert, hij rekent zich de waarde toe die deze ‘collectieve kracht’ produceert. De ‘kapitalist’ herdefinieert dit als ‘kapitaalsrente’ en eigent zich dit toe in de vorm van, zoals Proudhon dat noemt, ‘een buitenkansje’.

Er is dus in dit opzicht zeker van ‘diefstal’ sprake, of, in andere woorden, van ‘uitbuiting’, omdat de waarde die door de arbeidende bevolking worden opgeleverd, hen wordt onthouden. De arbeider is daarmee voor zijn bestaan afhankelijk van het ‘kapitaal’. Dat bestaan is slechts te verzekeren door de enige mogelijkheid die de arbeider heeft: zich overgeven aan de luimen van de ‘kapitalist’.

Dat leidt er toe dat de laatste zijn kapitaalspositie verbetert door deze als instrument in te zetten waar en wanneer hem dat het beste uitkomt. [Heden vindt export van kapitaal plaatst om industrie te vestigen in ‘lage lonen landen’ met alle destructieve gevolgen van dien: werkloosheid hier, grote vervuiling daar, sociale ontwrichting overal]. De loonarbeider heeft alleen zijn individuele arbeidskracht en is daarmee integraal afhankelijk van het ‘kapitaal’.

P.-J. Proudhon les mains croisées sur sa canne (1863); fotograaf: Ch. Reutlinger

 Vanuit deze theorie vertrekkend, onderzoekt Proudhon dan alle consequenties van de inherente tegenstelling, die de particuliere eigendom met zich brengt. Hij heeft dit in een aantal elementen nader uitgewerkt, zoals:

(a)   De ‘onmogelijkheid’ van eigendom, in de zin dat het een ‘systeem’ van sociale relaties instelt waarvan geweld de kern uit maakt. Het vernietigt socialiteit: tot het uiterste gedreven, leidt dit tot de ‘dood’ van de collectiviteit.

(b)  Vervolgens analyseert Proudhon als consequentie van dat ‘systeem’ het noodzakelijk aanwezige verband tussen de economische ongelijkheid en de ongelijkheid van macht, zowel in de burgerlijke samenleving als in de politieke verhoudingen. Wie dat verband wil opheffen, dient dus aan te sturen op verandering van het type ‘eigendom’. Want:

(c)   Wat de beloftes omtrent politieke gelijkheid ook zijn, het kapitaal kent immanent een sociale relatie van onder / bovenschikking: het betreft zowel een privilege als een vorm van ‘despotisme’. De twee dimensies, economische diefstal en sociaal geweld, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Vanaf ongeveer 1850 laat Proudhon deze eigendomsvisie rusten om een nieuw economisch kader te ontwikkelen dat hem zal toestaan niet de eigendom zelf aan te vallen, maar om te laten zien hoe de inherente gebreken ervan kunnen worden weggenomen. In dat geval gaat hij denkbeelden ontwikkelen die met de term ‘mutualisme’ worden omschreven. (Tot zover de Franse brochure over Proudhon).

Mutualisme / Federalisme

Het mutualisme, het verlenen van onderlinge bijstand door vereniging, vinden we op het sociaaleconomisch terrein van het denken van Proudhon terug. Zijn denkbeelden die daarmee op politiek vlak corresponderen, zijn samen te vatten onder ‘federalisme’. De arbeidersbeweging die zich van deze denkbeelden is gaan bedienen, heeft geschiedenis gemaakt onder de term ‘revolutionair syndicalisme’, ook wel anarcho-syndikalisme genoemd.

Over dit laatste eindigt Arthur Lehning zijn inleiding op 17 november 1926 aldus: ‘Het anarcho-syndikalisme wil de bevrijding van het proletariaat, het wil de afschaffing van de loonslavernij en de opheffing van het privaatmonopolie van de productiemiddelen. Het wil het heersen over mensen vervangen door het beheren van de dingen en stelt daarom tegenover het staatssocialisme de industriële organisatie van de arbeid. Wanneer wij […] de maatschappelijke ontwikkeling […] zien in een vrije associatie van vrije persoonlijkheden, dan hebben wij met Bakoenin te begrijpen, dat de grondslag hiervan geen andere kan zijn dan een vrije associatie van producenten’. (De tekst is in brochurevorm heruitgegeven onder de titel Arthur Lehning, Anton Constandse, Anarcho-syndikalisme,  Ram, Schiedam, 1971).

Als ik mede in het licht van het voorgaande het anarchisme typeer als een politieke theorie van (a) de internalisering door het individu van ‘orde’, (b) zelfbestuur in associaties, (c) decentraal-federatieve verbanden ten behoeve van de realisatie van boven-individuele wensen, dan verwijs ik daarmee naar drie sociologisch te duiden niveaus: micro / meso / macro.

•  Op het micro niveau ontwikkelt de mens zijn / haar normbesef en het idee van ‘orde’:  de volle vrijheid kan worden ervaren als die is geïnternaliseerd. [‘Quoique très ami de l’ordre, je suis anarchiste’, verwoordt Proudhon in zijn Wat is eigendom?, 1840]. Daar valt natuurlijk heel wat over te zeggen. Misschien dat het boekje van Weia Reinboud, Welke vrijheid, Essay over vrijheid en beschaving (Utrecht, 2009) kan bijdragen tot een beter begrip ervan.

•  Op het meso niveau vinden we het ‘mutualisme’. Dit begrip staat voor gerechtigheid op het vlak van economische ruilverhoudingen in termen van gelijkwaardigheid. Het is ook een garantiesysteem tussen deelgenoten om elkaar te beschermen tegen te lopen risico’s. De ‘onderlinge’ is een associatie (vereniging) die een algemeen belang combineert met waarden als gerechtigheid, solidariteit, gelijkheid (omschrijving ontleend aan: J. Langlois, Agir avec Proudhon, Éditions Chronique Sociale, Lyon, 2005).

De mutualistische beweging die zich in de loop van de negentiende eeuw ontwikkelt, en die zich op denkbeelden van Proudhon beroept, is op te vatten als antwoord op de excessen van het kapitalisme. In dat verband kan men ook verschillende stromingen herkennen, zoals reformistische en revolutionaire stromingen.

De verschillende vormen van samenwerking van individuele mensen, vindt men veelal terug in de productie- en consumptieassociaties en de verschillende uitwerkingen van ‘coöperatie’. Ze worden geleid op grond van beginselen van zelfbestuur. Het gaat om stelsels van onverdeeld recht op het eigendom van de vereniging van vrije producenten, consumenten, etc. De pianoverhuizers uit ons bovengenoemd voorbeeld hadden zich in een dergelijke associatie kunnen verenigen. Dan was de opbrengst van hun ‘collectieve kracht’ in hun midden gebleven.

•  Het macro niveau wordt uitgemaakt door het ‘politieke’. Aan het begrip politiek ken ik twee componenten toe. De ene component verwijst naar het veld waarin beslissingen omtrent collectieve, boven-individuele belangen worden genomen. De andere component behelst het samenvallen van belangen van kapitaal en arbeid onder de werking van de ‘collectieve kracht’ waarvan Proudhon spreekt.

De structurele uitwerking van het macro niveau is terug te vinden in het ‘federalisme’, dat bij Proudhon te zien is als een politiek en economisch pact, met behulp waarvan verschillende groepen (territoriaal, syndicaal of associatief) hun eigen specifieke bevoegdheden behouden om gezamenlijk verder reikende doelen te verwezenlijken waartoe ieder van hen op zichzelf  niet in staat is (Proudhon, Du principe fédératif; 1863).

•    •

De vraag waarom overal ter wereld nog zo’n misère is aan te treffen, is niet moeilijk te beantwoorden: de ‘destructie’ waarvan Proudhon spreekt is nog niet lang niet overwonnen; de ‘angel’ is nog niet uit het stelsel gehaald. De ‘destructie’ is nog in volle gang. De vraag hoe die angel te verwijderen is, laat zich niet zo eenvoudig te beantwoorden. Tenzij je Arthur Lehning (1899-2000) heet. Die heb ik eens op zo’n soort vraag horen reageren met: al vijftig jaar vertel ik hoe de wereld moet worden ingericht, maar men weigert mijn aanwijzingen op te volgen…

Thom Holterman

[Beeldmateriaal overgenomen uit: Courbet et Proudhon, L’art et le peuple; catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling; uitgegeven door  Les Éditions du Sekoya, Besançon, 20110]

Update

[Een voorbeeld van ‘destructie’ is te vinden in de wijze waarop het massatoerisme Goa, de kleinste deelstaat van India verziekt; klik HIER]

 

One Comment leave one →
  1. kees permalink
    18/08/2011 11:58

    Mooi stuk Thom. We willen in september beginnen met een leesgroep/studiegroep over anarchistische economie waar dit stuk ook goed voor kan dienen. Want een van je stellingen in het stuk vind ik wat te optimistisch. Je schrijft:

    “Want anarchisten, om bij hen te blijven, zijn geen ruimers van het puin door anderen veroorzaakt. Die crises zijn de hunne niet. Zij hebben wel aangegeven wat de grondslag van die crises is: het kapitalistische bestel. En wie de (sociale) puinhopen telkens veroorzaakt, is ook duidelijk: de kapitaalsbeluste oligarchische ‘klasse’.”

    Maar in werkelijkeid heb je tegenwoordig (met name in Nederland) veel mensen die zich anarchist noemen, maar volslagen verward zijn over economische kwesties en de meest rechtse taal uitslaan en veel heil zien in samenwerking met het bedrijfsleven (of denken dat ze er met wat moestuintjes ook wel komen). Het draait wel langzaam bij, maar er moet nog veel werk verzet worden.

    Van bevriende linkse economen hoor ik trouwens dat er steeds meer belangstelling is voor anarchistische (economische) ideeen. Binnenkort is er een hele conferentie over op de universiteit van Warwick http://anarchist-studies-network.org.uk/Call_for_Papers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: