Skip to content

Groen Kapitalisme of Bewuste Eenvoud

25/09/2011

De economie moet ‘groen’ gekleurd worden, zo meent ook een deel van de linkse beweging. Dat mag dan sympathiek lijken, maar als dit niet tegelijk gebeurt met de fundamentele afbraak van het kapitalistische productiesysteem, komen we van de regen in de drup.

De hedendaagse subversieve Franse filosoof Michel Onfray kritiseert dan ook het feit dat men nalaat aan die afbraak te werken. Daarom ook haalt hij uit naar ‘liberaal links’ waar zij het markt-denken propageert, zoals vele ‘moderne’ socialisten en sociaaldemocraten dit doen. ‘Liberaal links’ meent dat de economie moet groeien, zodat er eveneens voor de mensen aan de onderkant van de samenleving wat te verdelen valt. Deze opvatting maakt ook dat men geneigd is bijvoorbeeld mee te denken in de sfeer van het ‘stimuleren van de economie’.

Dat laatste resulteert in het doen toenemen van de productie en de consumptie. Het leidt eveneens tot het treffen van maatregelen ten behoeve van ‘lastenverlichting’ voor het bedrijfsleven (doel: vergroting winstgevendheid) en tot maatregelen om het ‘consumentenvertrouwen’ te laten groeien (doel: kooplust opwekken). In dit alles is het verschil weggevallen tussen ‘liberaal links’ en liberaal rechts’. PvdA en VVD kunnen in zo’n geval een heel eind samengaan bij het uitvoeren van neoliberale kapitalistische ‘werken’ (zoals het ruïneren van hele publieke sectoren door ‘privatisering’ ervan).

De schade die de kapitalistische economie aanricht in milieutechnische zin tracht men te maskeren met de opdracht tot ‘duurzaam produceren’. Dit leidt dan weer tot het tot ontwikkeling komen van ‘groen kapitalisme’. De kern blijft: produceren om de winst. De geleiding ervan vindt dan plaats via een ‘groene economie’ en ‘groene groei’.

Productivist

Ook de Franse activist Paul Ariès heeft deze problematiek op gepakt om er kritiek op te leveren. Hij pleit voor ‘bewuste eenvoud’ en tegen de ‘mythe van de overvloed’ onder de titel La simplicité volontaire contre le mythe de l’abondance. Waar Onfray spreekt over ‘liberaal links’ en antiliberaal links’, maakt Ariès een onderscheid tussen productivisten en antiproductivisten.

Een productivist is iemand die zijn denken en handelen richt op productievermeerdering, dit met het oog op het opvoeren van winstgevendheid. Ariès  bestrijdt de productivisten en daarmee tegelijk de zogeheten ‘linkse lui’ die het productivisme, het systeem dat erop is gericht steeds meer te produceren, groen willen kleuren.

Zij spreken over ‘duurzame ontwikkeling’, ‘duurzaam produceren’. En men ziet dat het bedrijfsleven er als de kippen bij is daar zijn financieel voordeel mee te doen. Aldus ontwikkelt zich een ‘groen kapitalisme’, merkt Ariès op. Er zal wellicht minder worden vervuild, maar dat is alleen maar om langduriger te kunnen vervuilen…

Inmiddels is er binnen het internationale bedrijfsleven zelfs een bonussencultuur ontstaan rond ‘duurzaamheid’, zo maak ik op uit een studie van twee economen. De titel van die studie spreekt voor zich: ‘Duurzame beloningen leveren een bijdrage aan duurzame ontwikkeling’ (zie: http://www.eur.nl/ese/nieuws/economieopinie/artikelen/detail/article/30014/ ).

Het blijft dan ook kapitalisme wat de klok slaat en dat is precies wat we moeten vellen met de bijl aan de wortel. Daarom wekt Ariès in zijn tekst op om over te gaan tot een optimistisch antiproductivisme. Dit maakt nieuwsgierig naar het ‘plan’ dat daarvoor wordt ontwikkeld.

Wil men zo iets formuleren, dan dringt zich de behoefte op aan een nieuwe terminologie. Ariès geeft aan dat er ‘krachttermen’ moeten worden bedacht die de maatschappij van het groene kapitalisme verpulveren. Tevens moeten er ‘slagwoorden’ worden ontwikkeld om alternatieven te benoemen. Het zou een mooie oefening voor de auteur zijn geweest, als hij ons daaromtrent een voorstel zou hebben gedaan in zijn tekst. Maar ik vond er niets over bij hem. Hij komt niet verder dan de bekende terminologie te gebruiken.

Zo moet ‘coöperatie’ in de plaats komen voor ‘concurrentie’; regionalisatie voor mondialisering; snelheidsbegrenzing moet de cult van de snelheid te niet doen; kosteloosheid vervangt de handelsbevordering (met name gericht tegen de privatisering van de publieke diensten). Maar hebben we dit alles al niet eerder horen bepleiten?

Uit antropologische studies blijkt tevens dat hele volksstammen vóór ons zelfs al naar dit pleidooi leefden. Het gaat dan om zogenaamde ‘primitieve maatschappijen’, waarop Ariès ook wijst. Het handelen van de ‘primitieve mens’ was niet op winstgevendheid gericht. Dat was niet omdat deze niet wist hoe hij dat moest doen, maar omdat hij daar geen zin in had. De primitieve maatschappij was niet georganiseerd om meer dan nodig te produceren. Dit betekent dat men produceerde wat noodzakelijk was om een niet-productivistische maatschappij te laten functioneren: de beginselen van het anti-teveel leidt paradoxalerwijs tot bevrediging van alle behoeften…

Anti-winstgevendheid

Ariès betoog komt er in feite op neer dat de hedendaagse maatschappij geënt moet worden op de beginselen van het handelen van de ‘primitieve mens’ en door kosteloosheid als paradigma te nemen. Dit resulteert in een economisch denken van de anti-winstgevendheid. En voor alle duidelijkheid: dit betekent niet dat er niet meer gewerkt zou hoeven te worden.

Publieke diensten zoals openbaar vervoer, sociale en medische zorg, onderwijssysteem komen ten laste van de collectiviteit. De instandhouding ervan vereist organisatie van arbeid. De gratis toegang tot de publieke diensten kent ‘kosten’, maar die zijn los gemaakt van het idee van de winstgevendheid. Herkennen we hier niet iets uit de sfeer van het gemeentesocialisme van begin vorige eeuw?

Kortom, de vraag blijft onbeantwoord hoe de hedendaagse maatschappij te enten op de verloren gegane beginselen en op het paradigma van de kosteloosheid. Want wat Ariès behandelt in een hoofdstuk onder de titel ‘Over bewuste eenvoud tot kosteloosheid’ is onvoldoende voor een antwoord. Daar blijft Ariès steken in de bekende oproep tot verzet tegen hetgeen de bestaande kapitalistische maatschappij biedt.

Het verzet moet individueel, collectief en politiek manifest worden. Ja, alsof we dat al niet wisten. En ook de acht redenen die hij in het erop volgende hoofdstuk beschrijft om te kiezen voor eenvoud maakt niet dat we opkijken, zoals daar zijn: weigeren productivist, consument en toeschouwer te zijn.

ARIÈS, Paul, La simplicité volontaire contre le mythe de l’abondance, [2010], opnieuw uitgegeven in pocketvorm, Éditions La Deecouverte, Paris, 2011, 228 blz., prijs 9, 50 euro.

[Over de uithaal van Michel Onfray richting ‘liberaal links’, zie op deze site; klik HIER]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: