Skip to content

Einde Van De Geschiedenis? Onzin!

17/11/2011

Wie de geschiedenis van de mensheid bestudeert, vindt vooral strijd, klassenstrijd. Met het slopen van de Berlijnse muur en het uit elkaar vallen van het Oostblok zou die strijd afgelopen zijn. Dat is natuurlijk onzin. Hoe zit dat?

De Britse publicist, politiek activist, lid van de ‘Socialist Workers Party’, Chris Harman (1942-2009) heeft getracht antwoord te geven op die vraag. Hij is er voor gaan zitten want hij verpakt dat antwoord in een vuistdik boek getiteld People’s History of the World (ruim 700 pagina’s). Maar hij verstopt dat zo goed, dat ik het niet heb kunnen vinden.

Toch moet de tekst mensen hebben aangesproken, want van de Engelse versie zijn drie edities verschenen (1999, 2002, 2008). En nu is het ook in het Frans vertaald (2011). Een goede gelegenheid om er aandacht aan te besteden.

Uitgangspunten

Voorop gesteld zij dat ik eerbied heb voor het vele werk dat Harman in het boek moet hebben gestoken. En ook zijn beide uitgangspunten deel ik. Het eerste betreft het idee dat al te vaak naar voren wordt gebracht: alle horror die door mensen wordt bedreven is te wijten aan de ‘menselijke natuur’. Zo legitimeert die horror zich als onontkoombaar en als het moet onvermijdbaar. Harman wijst dit af.

Hij ziet de ‘menselijke natuur’ met name als het product van omgevingsfactoren en niet als ‘oorzaak’. In een anarchistische optiek heet dit, dat de mens zowel goede en kwalijke eigenschappen kent. Wil men een betere wereld bereiken dan moet men de mens aanspreken op zijn goede eigenschappen. Daarvoor moet men dan de sociaal-maatschappelijke voorwaarden scheppen (de omgevingsfactoren).

Het tweede punt is dat Harman het idee van ‘het einde van de geschiedenis’ verwerpt. Daarmee richt hij zich tegen de Amerikaanse neoconservatieve ideoloog van het Witte Huis, Francis Fukuyama. Intuïtief heb ik al vanaf het begin diens zienswijze afgewezen (zijn boek was in de tijd dat het uitkwam – 1992 – een ‘hype’). Want bij voorbaat heb ik er iets tegen dat van omvattende verschijnselen zoals ‘geschiedenis’ het einde wordt aangekondigd. Hoe vaak is dat ook al niet met ‘de wereld’ gebeurd…?

De andere auteur die met betrekking tot dit tweede punt een rol speelt, is Anthony Giddens. Met zijn boek The Third Way: The renewal of Social Democracy (1998) heeft hij voor Harman eveneens een gelijksoortige einde van de geschiedenis geproclameerd. Want waar draait het zowel bij Fukuyama als Giddens om? De verkondiging: ‘Wij leven in een wereld waarin er geen alternatief is voor het kapitalisme’.

Het is deze opvatting die Harman wenst te bestrijden. In een anarchistische optiek is dat niet anders. Klassenstrijd, strijd voor antikapitalistische samenleving, die gaat voort.

Veroveringstaat

Met deze uitgangspunten heb ik dus geen moeite. Maar dan. Zonder enig theoretisch kader uit te werken wordt een lawine van historische feiten en feitjes over ‘strijd’ in de hele wereld door Harman los gestort. De enige lijn is de chronologische. In het begin hoop je er nog op dat er daarnaast zo iets als ‘constanten’ zullen worden geanalyseerd. Vervolgens kan dan een uitdagende intellectuele betoogtrant ontstaan die inzichtverruimend kan gaan werken. Nee dus.

Zo laat Harman zien hoe de eerste mensen duizenden jaren lang leefden: in kleine groepen gestoeld op verwantschap, waarbij er sprake was van ‘collectieve eigendom’ van het land en de levensbronnen en ‘gegeneraliseerde wederkerigheid’ bij de verdeling van voedsel, dit alles onder relatief egalitaire politieke verhoudingen. Maar had Peter Kropotkin daar al niet een mooi boek getiteld Wederkering dienstbetoon over geschreven, een eeuw geleden.

Na die beschreven periode doet de ‘staat’ zijn intrede. Het ontstaan van de staat wordt door sommigen afgeleid met behulp van een ‘veroveringstheorie’, zoals men dit een eeuw terug Franz Oppenheimer ziet doen in zijn boek De veroveringsstaat. De staat krijgt vervolgens als functie: het op zijn plaats houden van sociale ongelijkheid. Hoewel er in de voor-staatse periode ook wel strijd was, gaat die strijd in de statelijke situatie zich barbaars voordoen.

Teksten als die van Oppenheimer en Kropotkin zijn, zoals opgemerkt, een eeuw oud, maar de informatie blijkt niet verouderd. Wat nu verwacht mag worden, is dat deze informatie gebruikt wordt voor het aanscherpen van inzicht, want dat helpt ons verder.

Misschien is Harman die uitdaging wel aangegaan, maar is de moed hem in de schoenen gezonken. Daarom is hij maar teruggevallen op de beschrijving van alle ellende, strijd, opstanden, revoltes. Die nemen het grootste deel van het boek in beslag. Wie dat nog niet van de middelbare school kende, kan zijn achterstand met dit boek inhalen.

Daarbij gaat het dan alleen om de vele ‘weetjes’. Wie evenwel inzicht in het waarom van die strijd wil opdoen en wil begrijpen wat er speelt bij het legitimeren van de strijd, kan beter een ander boek van een eeuw geleden lezen, dat van E. Rosenow, Tegen de priesterheerschappij, Kultuurtafrelen uit de 16de en 17de eeuw, [drie delen in één band], (Amersfoort, 1905).

Dat boek staat ook vol met ‘feiten’, zoals de vele boerenopstanden, maar die zijn afgezet tegen de opkomst en ondergang van de priesterheerschappij en het inzichtelijk maken van het selectieve gebruik van filosofische opvattingen. Ja, zo’n boek oogt verouderd, maar het scherpt de geest. Het bevat daarnaast nog eens veel beeldmateriaal, zoals oude gravures en houtsneden. En wat nu verouderd?

In onze jaren wijst de subversieve Franse filosoof Michel Onfray bijvoorbeeld met graagte naar de dissidente Franse filosoof Holbach (1723-1789). En wie komen we een eeuw geleden bij Rosenow tegen? De verspreider van de revolutionaire Franse wijsbegeerte Holbach, waarvan Rosenow zegt dat die door de gewone geschiedschrijvers uit klasse-instinct sterk wordt gesmaad…

Marxist

Harman is een gewone geschiedschrijver en marxist. Dat laatste kleurt zijn blik: hij mijdt dissidente opvattingen om het marxisme te redden. Als hij bijvoorbeeld over de Commune van Parijs (1871) schrijft, vormt hij het kader ervan vanuit verwijzingen naar Marx en Engels. Maar een politieke structuur als die van de Parijse Commune heeft niets van doen met wat het marxisme leert. Een verwijzing naar Bakoenins De Commune van Parijs en het Staatsbegrip had dus meer voor de hand gelegen. Bakoenin was echter door Marx afgeserveerd en Harman volgt.

Wanneer Harman dan de Russische Revolutie beschrijft, kom je tegen dat ‘in 1928 de Russische kampen slechts 28 000 politieke gevangenen herbergen, die niet eens als dwangarbeiders werden gebruikt’. Gaat hij op de geschiedenis van Kronstadt en de matrozenrevolte in, dan is het eigenlijk maar een reactionaire opstand geweest. ‘Jammer genoeg moest die met methodes worden bestreden, erger dan die van het jacobinisme’…

Harmans geschiedschrijving loopt door tot het uit elkaar vallen van het Sovjetblok, het opsteken van een islamitische ‘wind’ en het ontwikkelen van het nieuwe imperialisme.

Thom Holterman

HARMAN, Chris, Une histoire populaire de l’humanité. De L’âge de pierre au nouveau millénaire, Éditions La Découverte, Paris, 2011, 733 blz., prijs 25 euro.

[Beeldmateriaal ontleend aan Siné Mensuel, nr. 3, november 2011]

One Comment leave one →
  1. 21/11/2011 13:47

    Is de verklaring (voor Harman’s gebrekkige vermogen om de politieke geschiedenis goed te beschrijven) niet simpelweg dat hij lid was van de sekte SWP (waarvan in Nederland de IS evenknie is)? Die zitten geheel gevangen in een soort merkwaardig dogmatisme, terwijl ze tegelijkertijd de hele tijd mee willen liften met ‘horizontale’ geberutenissen (globaliseringsbeweging, occupy…)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: