Skip to content

Culturele Criminologie: Spiegel Voor De Samenleving

20/11/2011


In anarchistische kring over het verschijnsel ‘recht’ beginnen, doet bij velen de wenkbrauwen fronsen. Als het woord ‘strafrecht’ valt, komen de tongen los: het recht dient ter bescherming van de bezittende klasse en het strafrecht al helemaal. Niemand ontkent dat het die functie ook heeft, maar er is zoveel meer over te zeggen, dan alleen dat. Daarvoor hoeft men maar te lezen wat de anarcho-socialiste, vrijdenkster, feministe en libertaire juriste, Clara Wichmann (1885-1922) er over heeft ingebracht.

Clara Wichmann

Clara Wichmann heeft steeds vanuit een maatschappelijke betrokkenheid en cultureel inzicht haar onderwerpen behandeld (van feminisme tot anarcho-syndicalisme). In haar proefschrift over de omvorming van het strafbegrip (1912) werkt zij met een cultuurhistorische beschouwingswijze van het rechtsleven en de rechtsfilosofie. Het gaat haar om de relatie maatschappij / criminaliteit.

Zo brengt zij de ontwikkeling van het strafrecht in verband met de ontwikkeling van andere maatschappelijke verschijnselen, met kunst, politiek, economie, filosofie, dus, zegt zij ‘met andere cultuuruitingen van dat tijdvak’.

Een van de mensen van wie zij dat ‘andere kijken’ moet hebben opgestoken is de  toenmalige hoogleraar privaatrecht, Hamaker (1844-1911). Zij bedankt hem in het voorwoord bij haar proefschrift. Het is ‘aan wiens rechtsbeschouwing ik mij bewust ben zeer veel verschuldigd te zijn’, erkent zij.

Hamaker is de man die zich bijvoorbeeld in zijn bijdrage getiteld ‘Het recht en de maatschappij’ (1888) afvraagt of een geregelde samenleving mogelijk is zonder overheid, bekleed met de macht te gebieden en te verbieden. Zijn antwoord is: ja dat kan! Want het houdt toch geen steek te denken dat het motief van het handelen van mensen onderling alleen door vrees voor de overheid wordt bepaald, merkt hij op…

                                                                            Clara Wichmann

Clara Wichmann heeft op dit soort gedachten ingespeeld door voor te stellen de toestanden en verhoudingen die het kwade in de mens bevorderen, te herscheppen. Maar laten we niet denken dat bij toenemende beschaving de misdaad verdwijnt, waarschuwt zij. Het neemt wel een ander karakter aan, gelijk wij kunnen onderscheiden elementaire- en beschavingscriminaliteit (…), zoals Clara Wichmann opmerkt in haar essay ‘De moraal in de maatschappij der toekomst’ (opgenomen in de bundel De toekomst der maatschappij. Negen voordrachten, Amsterdam, 1917).

Dit was begin twintigste eeuw. Tegen het eind van die eeuw is tot ontwikkeling gekomen wat culturele criminologie is gaan heten. Onlangs is daarvoor in Nederland een nieuw tijdschrift op de markt gekomen, getiteld Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit.

Dat ik hier ruim open met aandacht voor Clara Wichmann heeft twee redenen. De eerste is dat ik haar zie als een van de voorlopers van wat nu culturele criminologie heet. De tweede reden is dat dit nog eens benadrukt, dat binnen het kader van het anarchisme het denken over criminaliteit niet een taboeonderwerp is en of behoeft te zijn.

Travailleur de la nuit

Gewoonlijk staat het strafrecht en de criminologie in het teken van het beheersperspectief of wel het wordt op zijn bruikbaarheid gesmeed tot ‘gouvernementele toepassing’: bescherming van de bestaande orde. Tegen alles en iedereen die deze orde durft aan te vallen daar moet met harde hand, met repressieve maatregelen tegen worden opgetreden. De vraag is of dat niet op allerlei wijzen verkeerd uitpakt, averechts werkt of onbedoelde effecten heeft (vergelijk de hoge recidive cijfers). De culturele criminologie houdt zich met name met dit type vragen bezig.

Daarbij mogen we niet vergeten dat sommigen uit de (Franse) anarchistische kring zich – vermoedelijk zonder zich daarvan bewust te zijn – ook met ‘culturele criminologie’ bezig houden. Ik denk in dat geval aan hen die de aandacht richten op de ‘honnête cambrioleur’, de ‘travailleur de la nuit’, Alexandre Jacob (1879-1954) en over wiens leven en activiteiten Jean-Marc Delpech in 2006 aan de Universiteit van Nancy promoveerde.

Jacob was inbreker van beroep. Hij komt in opstand tegen de bestaande sociale orde en zit wegens ‘vermogensdelicten’ regelmatig in het gevang. In het onlangs verschenen boek onder de titel Travailleurs de la nuit (uitgekomen bij L’Insomniaque) vindt men ondermeer opgenomen zijn pleidooi tijdens het proces tegen hem in 1905, ‘Waarom ik inbreek’. Enkele jaren geleden verscheen bij de anarchistische uitgeverij ‘Atelier de création libertaire’ (te Lyon) het boek Alexandre Jacob, L’honnête cambrioleur. Portrait d’un anarchiste (zie: http://www.atelierdecreationlibertaire.com/article.php3?id_article=567 ).

Het is niet het inbreken zelf dat aandacht heeft, maar de uitdrukking van het verzet tegen de eigendomsverhoudingen en de legale (!) graaicultuur in de bestaande samenleving (zie ook het blog van het Atelier de création libertaire waarin veel informatie is verwerkt aan deze aandacht voor ‘criminaliteit’; http://www.atelierdecreationlibertaire.com/alexandre-jacob/2008/06/une-usine-a-voleurs/ ).

Veldwerk

Deze aandacht staat op gelijke hoogte met wat in de culturele criminologie speelt. Aan de inleiding bij het nul-nummer van het Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit ontleen ik wat wordt genoemd ‘de prangende vraag hoe het toch mogelijk is dat het publieke beeld van criminaliteit zo sterk geënt blijft op straatcriminaliteit, terwijl organisatiecriminaliteit zo veel meer slachtoffers maakt. Daarbij wordt verwezen naar het in het nummer opgenomen artikel over ‘groene criminaliteit’ van Tim Boekhout van Solinge.

Zijn artikel gaat over illegale houtkap en houthandel en criminologie in het tropisch regenwoud. In het artikel wordt duidelijk gemaakt hoe vragen rond criminalisering, feitelijke vervolging en sanctionering afhankelijk zijn van geografische omstandigheden, politieke cultuur en economische belangen. De auteur is ter plaatse gaan kijken (‘veldwerk’). Het artikel zou zo in de AS opgenomen kunnen worden!

Culturele criminologie vereist ‘veldwerk’. Het bedient zich bij voorkeur van kwalitatieve onderzoeksmethoden (zoals ‘participerende observatie’). De betekenisgeving van de leden van de groep die wordt onderzocht, staat daarbij centraal. Deze vorm van criminologie bedrijven is vooral ‘exploratief’, reden waarom het onderzoek naar ‘verborgen werelden’ met zich brengt. Het kan dus gaan over de malafide vastgoedsector met dubieuze notarissen, makelaars, speculanten en hypotheekverstrekkers, over de subcultuur van graffitikunstenaars, over het domein van de seksindustrie, waarbij legale prostitutie en mensenhandel soms moeiteloos met elkaar verweven zijn…

De culturele criminoloog wil andere dan de gebruikelijke bronnen op creatieve wijze in zetten om deviant gedrag en reacties hierop te kunnen beschrijven, begrijpen en verklaren. Het is te gelijk duidelijk dat van de noties ‘cultuur’ en ‘criminaliteit’ niet een korte, eenduidige omschrijving is te geven. Dat blijkt al uit het informatieve artikel van Brenda Carina Oude Breuil onder de titel ‘Alles stroomt…? Over ‘cultuur in de culturele criminologie’.

Hoe dicht bepaalde cultureel criminologische zienswijzen een bepaalde wijze van anarchisme beschouwing nadert, blijkt uit een uitspraak die de Engelse criminoloog Jock Young, al ruim veertig jaar in het vak, doet: ‘De culturele criminologie is veeleer een anarchistische reactie op het neoliberalisme, dan een neomarxistisch verklaringskader van maatschappelijke verhoudingen’. Deze uitspraak doet Young in het gepubliceerde interview met René van Swaningen, hoogleraar criminologie aan de Juridische Faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

C.Wright Mills

 Young wijst zijn collega’s er tevens op dat zij de subversieve houding en de verbeeldingskracht die C. Wright Mills (1917-1962) voorstond, vandaag de dag meer dan ooit nodig hebben. Ook komen we weer bij Clara Wichmann terug, zonder dat haar naam valt, als Young aangeeft dat het vooral culturele ontwikkelingen zijn die het criminaliteitsniveau bepalen.

Transgressie

In het nummer is nog een andere interessante bijdrage aan te treffen die de door mij bedoelde ‘verwantschap’ illustreert en wel die over ‘rondzwerven’ (ook zo’n artikel dat in de AS niet zou misstaan). Het gaat over transgressie, dat wil zeggen het overschrijden van begrenzingen, het doorbreken van de grenzen van de sociaal geconstrueerde orde, waardoor het meer omvat dan een eenvoudige misdadige handeling.

Transgressie suggereert niet alleen ongehoorzaamheid, maar een dynamisch passeren of doorbreken van tradities. Als cultureel criminologen zich daarmee bezighouden is het omdat voor hen meer op het spel staat dan de simpele kwestie van recht en criminaliteit. Zo brengt transgressie bijvoorbeeld een intentioneel vleugje van theologische ketterij en existentieel gevaar met zich, aldus Jeff Ferrell in zijn artikel ‘Rondzwerven, stedelijke ruimte en transgressie’.

In zijn artikel besteedt Ferrell ondermeer aandacht aan de anarchistische Critical Mass, een vereniging die een vorm van ‘assertieve afvalligheid’ van de wereldwijde olie-industrie manifesteert met fietsritten met aanzienlijke aantallen fietsers (zie van onze zuiderburen de site: http://criticalmassantwerpen.blogspot.com/ ). Bij het nemen van een kruispunt houden zij zich gedisciplineerd aan andere regels dan verkeersregels…

Occupy

Het zou mij niet verbazen als een culturele criminoloog zich inmiddels, vanuit zijn tentje op het Damrak bijvoorbeeld, met de bezettingsbeweging Occupy bezighoudt. Deze beweging kent als een van de wortels de boosheid van de Franse ‘Indignés’ (Verontwaardigden), die voor het eerst opkwam bij de verschillende oude mannen die in het Franse verzet zaten en hun idealen van toen door het neoliberalisme van nu verkwanseld zien worden. Een culturele criminoloog zou het ‘illegalisme’ van de geplaatste Occupy-tentjes tegenover de normovertreding van de (vroeg-) christelijke zedenleer kunnen zetten. Die zedenleer verbiedt het vragen van rente en wijst een graaicultuur af. Welke normen botsen dus op welke? De culturele criminologie zal de samenleving in dat geval een spiegel voor  kunnen houden.

Thom Holterman

TIJDSCHRIFT over CULTUUR & CRIMINALITEIT, 2011 (1), 0, Boom / Lemma Uitgevers, Den Haag.

[Foto C.Wright Mills onbekend; ontleend aan Google]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: