Skip to content

Definitiemacht En De Variabele Geometrie Van Begrippen

29/12/2011

De ‘geometrie’ van een begrip verwijst naar een bepaalde inhoud en daarmee naar een bepaalde betekenis van een begrip. Die geometrie kan wisselen, dat wil zeggen ze is variabel. De betekenis van een begrip kan dus worden gemanipuleerd naar gelang de behoefte of het gebruik. Degene die over ‘definitiemacht’ beschikt, kan daarmee de betekenis van een begrip naar zijn hand zetten. Wie dat in de politiek doet, tracht de ‘agenda’ van de maatschappelijke discussie te bepalen. Waarom zouden we ons met deze problematiek bezighouden?

Ten eerste is het goed om ervan doordrongen te zijn dat anderen (zoals een politieke tegenstander, een overheidsinstantie, regeringsleiders) proberen met bepaalde begripsinhouden ons denken een kant op te sturen. Ten tweede is het van belang te overdenken hoe wij zelf begripsinhouden kunnen ‘construeren’ (geometrie). En tenslotte kan het geen kwaad bewust te zijn van het vermogen dat we onze eigen ‘agenda’ kunnen vaststellen.

Hieronder zal ik met een aantal voorbeelden aangeven waarover het gaat. Die voorbeelden komen uit de recente Franse politico-maatschappelijke situatie. Natuurlijk zijn er legio Nederlandse voorbeelden aan te halen. Die komen van zelf wel in de gedachten op als men de Franse voorbeelden leest. Het eerste voorbeeld gaat in op het gebruik van de term ‘veiligheid’ (hé, minister Opstelten doet het zelfde als zijn Franse ambtsgenoot…).

Kwetsbaarheid

In een vraaggesprek, opgenomen in het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire (bijzonder nummer 43, winter 2011), wordt aan de maatschappijkritische Franse socioloog Laurent Mucchielli gevraagd hoe hij ‘onveiligheid’ analyseert. Zijn antwoord levert inzicht op met betrekking tot een ‘definitieproces’.

‘Onveiligheid’, zegt hij ‘is geen wetenschappelijk concept. Het is geen verzameling van identificeerbare zaken. Het is in werkelijkheid een politiek en mediatiek begrip, dat niet verwijst naar nauwkeurig te omschrijven gedragingen. Het verwijst naar angsten. Je zou dus eerder moeten spreken van een ‘gevoel van onveiligheid’ om dan de componenten van dat ‘gevoel’ te onderzoeken (door middel van enquêtes en interviews).

Men zou dan ontdekken dat de eerste factor van het gevoel van onveiligheid los staat van het feit of men ooit slachtoffer is geweest van een misdrijf. De eerste factor wordt door leeftijd bepaald: oudere personen hebben meer angst, ook al is hen nooit iets overkomen. Het gaat dus helemaal niet om ‘onveiligheid’ maar om ‘kwetsbaarheid’ en dat is iets heel anders. Dat geldt ook voor andere factoren die dan in beeld komen zoals socio-economische onzekerheid (precariteit), het waarnemen van merkbare achteruitgang van de wijk, het toenemen van de graad van anonimiteit…’.

Wat Mucchielli hier schetst, demonstreert hoe ‘onveiligheid’ een begrip is met een variabele geometrie. Afhankelijk van wat men op de ‘politieke agenda’ wil hebben (opzetten van een nationale politie bijvoorbeeld) wordt de geometrie gemanipuleerd. En een minister van Veiligheid en Justitie komt het helemaal niet uit om te spreken over socio-economische onzekerheid. Hij gebruikt zijn definitiemacht om zo’n component weg te definiëren. Voor alle duidelijkheid wijs ik erop dat de termen ‘definitiemacht’ en ‘geometrie’ geen onderdeel van nieuwlichterij zijn.

Verkrachting

Zo wijdden een aantal jaren geleden bijvoorbeeld de Duitse feministes van het Mamba collectief er in relatie tot het thema ‘verkrachting’ zelfs een brochure aan getiteld DefinitionsMacht: schwergeMacht. Zu Vergewaltigungsdebatten in der radikalen Linken und darüber hinaus (zie de site: http://arranca.org/ausgabe/27/definitionsmacht-und-vergewaltigungsdebatten ). Zij gebruikten de term om de aandacht te vestigen op de problematiek dat het vaak anderen dan de vrouwen zijn, die over de macht beschikken om de inhoud van begrippen  rond verkrachting vast te leggen. Wat zij zich terecht niet lieten welgevallen.

Traangas of knuppel, het gaat om dezelfde strijd.

Overheidsstatistieken

De Franse regering heeft er ook een handje van zijn macht in te zetten om betekenissen en uitkomsten van onderzoek te torderen. Het is dan ook niet bijzonder in het Franse dagblad Le Monde een krantenkop tegen te komen waarin de term ‘variabele geometrie’ verschijnt, zoals in ‘Des statistiques d’État à géométrie variable’ (Overheidsstatistieken met een variabele geometrie).

In de term ‘geometrie’ is het Nederlandse woord ‘meetkunde’ te herkennen, maar het verwijst ook naar ‘configuratie’, dat wil zeggen naar een uiterlijke vorm, naar een georganiseerd geheel van elementen. Een ‘variabele geometrie’ heeft dan ook op iets betrekking dat veranderd kan worden al naar gelang de behoefte of het gebruik dat men ervan wil maken.

Het gerommel met statistieken gebeurt natuurlijk al heel lang en is niet voorbehouden aan de Franse regering. Alleen de titel van het boek, van meer dan een halve eeuw geleden, van Darrell Huff spreekt al boekdelen: How to Lie with Statistics (1954). En wat is het verschil tussen ‘liegen’ en ‘mooier voorstellen’? Dat laatste deed de Franse regering en zij werd er door de ‘Hoge raad van het onderwijs’ ongenadig op betrapt.

Net als in Nederland verandert men in Frankrijk om de haverklap het onderwijs. Als de overheid zelf de effecten ervan evalueert, zien die er rooskleurig uit – er worden juist die gegevens gekozen, die een dergelijk beeld laten ontstaan. De Hoge raad van het onderwijs deed eveneens onderzoek naar de effecten en vergeleek de uitkomst ervan met die van de Franse regering.

De Raad kritiseert deze in niet mis te verstane woorden als ‘bedrieglijk’ en ‘half werk’. De Franse president neemt die andere ‘definiëring’ van de effecten hoog op. Het Élysée voelt zich ontregeld door de vrijheid die de Raad heeft genomen en overweegt nu de Raad op te heffen (Le Monde van 15 december 2011). Ook dat heeft met ‘macht’ van doen…

Met andere (statistische) gegevens blijkt eveneens zoveel mis te zijn dat een krantenkop kan luiden: ‘Le bric-à-brac illégal des fichiers de police’ (Het illegale gerommel met gegevensbestanden van de politie). In dit geval gaat het om een rapport, opgesteld door twee parlementariërs (een van de oppositie, PS, en een van de regeringspartij, UMP), waarin in kaart wordt gebracht hoe er op grote schaal wordt gesjoemeld met gegevens. Het laat zich raden hoe variabel de effecten van het optreden van de politie is te ‘definiëren’ (Le Monde van 23 december 2011). Bij dit alles moet niet worden vergeten dat er half 2012 presidentsverkiezingen zijn en Sarkozy is zijn herverkiezing aan het voorbereiden…

Woordendokter

Tot nu toe ging het over overheidsinstanties die zich bedienen van hun definitiemacht ten behoeve van de manipulatie van de ‘geometrie’ van begrippen en betekenissen. In Le Monde van 15 december 2011 wordt ook het werk van een particulier op dat vlak bekeken. Het betreft de Amerikaanse communicatiespecialist Frank Luntz, getypeerd als ‘woordendokter’ en ‘republikeinse Goebbels’. Want het zijn de Amerikaanse republikeinen die hij bedient en voor wie hij de ‘langage van de 21ste eeuw’ definieert. Hij adviseert ondermeer het volgende.

Spreek niet langer over ‘Pentagon’ (want te technocratisch) maar over het ‘Departement van defensie’. Gebruik niet het woord ‘probleem’ om iets te bespreken, maar ‘conversatie’; gebruik het neutrale woord ‘verandering’ (van het klimaat) in plaats van het verontrustende ‘opwarming’ (van de aarde). Er is zo een hele catalogus van begrippen aan te leggen, die maakt dat er een ‘new speech’ ontstaat. Deze werkwijze is al van oude datum maar tot op de dag van vandaag aan de orde. Wie zich ervan bewust is, weet zich gewapend en wie zich oefent, kan door ‘omkering’ het debat naar zijn of haar hand trachten te zetten. Daarbij is bijvoorbeeld aan het volgende te denken.

Definitierecht

Ook de Nederlandse regering zet hoog in op ‘veiligheid’ (en de oppositie laat zich daar door meeslepen). We hebben gezien dat het eerder om ‘kwetsbaarheid’ gaat die met ‘onzekerheid’ samenhangt (precariteit: hoe gaat het met mijn pensioen, met mijn werk; kom ik als werkloze nog ooit aan de bak?).

De onzekerheid komt dus van veel meer kanten op een ieder af, dan alleen van de kant van groepjes vernielzuchtige jongeren (waarvan de ernst niet te ontkennen valt). Maar ‘vernielzucht’ is vooral een cultureel verschijnsel: de kapitalistische productiewijze, het kapitalistische marktdenken, is inherent fysiek en mentaal destructief. Die vernielzucht is onmiddellijk op ecologisch (vernietiging van het leefmilieu) en op economisch (financiële crisis door cumulatie van schulden en speculatie) vlak te onderkennen.

Als Opstelten dan over vernielzucht spreekt, houdt hij de kapitalistische destructiedrift buiten zijn omschrijving van ‘onveiligheid’. De geometrie ervan is dus sterk ingeperkt. Dat hoeft niemand ertoe te beletten die geometrie zodanig aan te passen, dat ook andere destructiedriften, zoals de kapitalistische, er binnen vallen. Laat je dus niet beroven van je definitierecht.

Thom Holterman

[Beeldmateriaal ontleend aan Le Monde libertaire, bijzonder nummer 43, 22 december 2011-22 februari 2012]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: