Skip to content

Democratisch Kapitalisme: In Niets Democratisch, In Alles Crisis

09/01/2012

‘De crisis van 2008 is veertig jaar geleden begonnen’. Aldus luidt de kop boven een twee pagina’s tellend artikel van Wolfgang Streeck in Le Monde diplomatique van januari 2012. De ondertitel ervan leert dat het over de politieke oorsprong van een financieel debacle gaat. Streeck is werkzaam als directeur van het Max-Planck Instituut voor maatschappijstudies te Keulen.

Hij gebruikt de term ‘democratisch kapitalisme’ zonder erop te wijzen dat democratisch hier betekent ‘parlementair’. Maar dat er niets democratisch in deze sfeer te beleven valt, dat is hem overigens volstrekt duidelijk. Want klip en klaar merkt hij op: ‘De volken [van Europa] kunnen constateren: de politieke leiders dienen niet de belangen van hun burgers, maar die van andere landen of vaak ook die van de internationale organisaties als het IMF of de EU’.

Het levert een fundamentele onevenwichtigheid op in ontwikkelde kapitalistische maatschappijen: een spanning tussen de vereisten van de markt en die van de democratie. Het is een spanning die instabiliteit eerder regel dan uitzondering maakt. Dat wat ‘democratisch kapitalisme’ wordt genoemd, is intrinsiek conflictueus, aldus Streeck.

Vanaf eind jaren zestig zijn er drie oplossingen bedacht om de tegenstelling tussen politieke democratie en het marktkapitalisme te overwinnen. De eerste betrof de inflatie, de tweede de publieke schuld en de derde de private schuld. De oplossingen leidde evenwel telkens tot een volgende crisis. De financiële storm van 2008 markeert het eind van de derde oplossing. Met andere woorden, het waren helemaal geen oplossingen, maar alleen verschuivingen van ‘het’ probleem, dat marktkapitalisme heet, zo leid ik hieruit af.

Streeck werkt dit in zijn artikel vervolgens stapsgewijs uit. Zo wijst hij erop dat als eind jaren zestig de inflatie zwelt, het volgende recept wordt verstrekt: de arbeidersklasse accepteert de markteconomie en de particuliere eigendom in ruil voor meer ‘politieke democratie’. Dat laatste moet de sociale bescherming en een constante verbetering van het bestaansniveau garanderen. Dit recept blijkt niet lang te werken.

In de loop van de jaren zeventig vindt er een versoepeling van de monetaire politieke plaats om de inflatie te beteugelen. Het blijft kwakkelen en het zal de staat zijn die de ‘sociale vrede’ gaat financieren. Streeck merkt hierover op: ‘Gedurende een bepaalde periode vormt de publieke schuld een functioneel equivalent van de inflatie’. Maar let op ‘inflatie’ is een ziekteproces van het marktkapitalisme.

Streeck dan weer over het optreden van de staat: ‘Het [de publieke schuld] veroorlooft regeringen bronnen te gebruiken die nog geen productie hebben opgeleverd, maar waarmee wel de conflicten over de verdeling zijn te dempen’. Daaraan voegt hij toe: ‘Of, om het anders te zeggen: het put toekomstige bronnen uit om die van vandaag aan te vullen’.

De rest van het betoog is interessant, maar in feite levert het niet meer dan een uitwerking van dit laatste citaat. Het is ook precies wat de ‘Merkozisten’ aan het doen zijn. Overduidelijk blijkt het kapitalisme een monster dat zich als een vampier gedraagt. De politici zijn daarbij de knechtjes van de vampier. Vele economen blijken buiksprekers of erger. Wat moet je bijvoorbeeld met zo’n Nout Wellink, oud-president van De Nederlandsche Bank (DNB).

Hallo: ‘De Vereniging van Boeven’, ‘De kluis, en snel !!’

In mei 2011, toen Wellink nog president van de DNB was, verzekerde deze dat het geld dat Nederland in Griekenland investeerde op termijn, met rente, zou terugkomen. Aan het eind van dat jaar, in gesprek met Het Financieele Dagblad, zegt hij dat naar dat geld gefloten kan worden (de Volkskrant van 3 januari 2012 onder de kop: ‘Wellink spreekt: rancune of voortschrijdend inzicht?).

Al die buiksprekers hebben slechts een doel: het dienen van het kapitalisme. Zo kan menig econoom je vertellen dat het kapitalisme leeft van crisis die zich in golfbewegingen voordoen. Aan die golfbewegingen in de economie is vooral de naam van de Russische econoom N. Kondratieff (1892-1938) verbonden. Maar er waren al eerder economen die golfbewegingen in de kapitalistische (wereld)economie waarnamen en beschreven. Waarmee ik wil zeggen: we spreken niet over een onbekend en niet bestudeerd verschijnsel.

Dat we met een ‘vampier’ van doen hebben is duidelijk. De onlangs geleverde voorbeelden spreken boekdelen: de pensioenen worden leeggezogen door het kapitalistische monster, de ouderen moeten hogere ziektekostenpremies gaan betalen omdat ze met hun ouderdomskwalen te zeer op het totale budget van de gezondheidszorg drukken…

Wat hierboven ‘democratie’ heet is ordinair ‘parlementarisme’, waarin de zogenaamde toename van de invloed van de ‘arbeidersklasse’ de maskerade is voor het laten wegvloeien van invloed op de economie naar de markt. Wat verdwijnt daarmee uit het beeld? Kapitalistische roof en destructie.

Ten behoeve van de rentabiliteit bijvoorbeeld snijden grote koopvaardijschepen en mammoettankers bochten af, waardoor plaatselijke visvangst langs delen van Afrikaanse kusten geëlimineerd wordt. Als een van de reacties hierop ontstaat ‘piraterij’. Overwogen wordt nu om mariniers op de schepen mee te laten varen en invallen op het land in die streken te legaliseren. Legaliseren? Dat deden de zestiende eeuwse Europese machthebbers ook al via kaperbrieven. Er moge veel veranderd zijn, de ‘format’ is dezelfde gebleven.

Thom Holterman

[Beeldmateriaal Siné Mensuel nr. 5, januari 2012]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: