Skip to content

Filosofie Van De Anarchie

16/03/2012

Wat is de verhouding tussen filosofie en anarchie? Dat is de grote vraag geweest van een internationaal colloquium, gehouden te Lyon, mei 2011. Zijn de deelnemers eruit gekomen?

De volledige werktitel van het colloquium luidde ‘Filosofie van de anarchie: libertaire theorieën, dagelijkse praktijken en ontologie’. Alle referaten zijn bijeen gebracht in een bundel die dezelfde titel draagt als die van het colloquium. De organisatoren komen uit de CEDRATS (Documentatiecentrum voor onderzoek naar sociale alternatieven), de Universiteit Lyon II en de uitgeverij ‘Atelier de Création libertaire’. De referaten zijn van enkele bekende Franse en buitenlandse libertaire auteurs, de overigen zijn mij onbekend.

De behandelde onderwerpen zijn in zes clusters onder gebracht te weten: (a) De mystieke natuur van anarchie, (b) Proudhon en de anarchie, (c) Filosofie en anarchie, (d) Theorieën over libertaire praktijken, (e) Een niet-dogmatische filosofie, (f) Gender en anarchie. Welaan, geen geringe diversiteit en waarom dit alles overdacht?

Na een afwezigheid van enkele tientallen jaren lijkt het anarchisme weer terug van weggeweest. Het verdwijnen van het ‘reëel bestaande socialisme’ heeft geleid tot de mondiale overheersing van het neoliberale denken in de politiek en de economie. Die overheersing lijkt tanende. Tegelijk is een herleving van het antikapitalistische verzet waar te nemen. Daarin zijn anarchistische elementen te herkennen, zoals in de hernieuwde aandacht voor het radicale feminisme, de andersglobaliseringsbeweging en de legio praktijken waarin zelforganisatie en zelfbeheer een rol spelen.

De inzet van het colloquium was om de hernieuwde belangstelling voor het anarchisme, mede in het licht van de mogelijk op gedoken nieuwe anarchistische elementen, te bestuderen. Daarbij zou men zich meer op ‘anarchie’ (de praktijk) dan op ‘het anarchisme’ (de filosofie van de vrijheid, de politieke theorie) concentreren. Uit de inhoud van de bundel maak ik op dat langs de kant van de ‘filosofie van de anarchie’ toch iets anders dan ‘praktijk’ wordt uitgewerkt. Zo komen er nauwelijks beschrijvingen van praktische libertaire voorbeelden in voor.

Vele bijdragen in de bundel hebben een hoog abstractieniveau en sommige zijn in een ‘taal’ geformuleerd, waar ik niets mee heb. Bovendien, zodra men zinnen gaat formuleren die een lengte van een kwart tot een halve pagina hebben, dan zit de redenatie niet ‘lekker’. En dat soort zinnen komt men regelmatig in de bundel tegen. Voegt de auteur dan nog een aantal zelfstandige naamwoorden toe aan zijn tekst die hij met een hoofdletter tooit (het Absolute, de Vrijheid, de Macht), dan krijgt zo’n tekst een verkeerd soort zwaarte (tenslotte is het Frans geen Duits, waarin elk zelfstandig naamwoord met een hoofdletter wordt geschreven).

Deze bundel zal dus zijn weg naar het grote publiek niet vinden, schat ik in. Libertaire academici en andere studieuze personen zullen er onder elkaar wellicht mee uit de voeten kunnen. Op enkele bijdragen, die mijn aandacht trokken, ga ik hieronder nog kort in.

Renaud Garcia bespreekt in zijn referaat de zienswijze van Noam Chomsky, die Kropotkin aanwijst als de pionier van de sociobiologie. Garcia beargumenteert dat dit onzin is. Hij rekent af met hetgeen Chomsky in dit verband suggereert. Garcia maakt aannemelijk dat het naturalisme van Kropotkin ontsnapt aan een sociobiologische reductie. Daarmee is de grond onder de redenatie van Chomsky weggehaald.

Dan is er de discussie over het al dan niet bestaan van het neo-anarchisme. Daniel Colson wijst het idee beargumenteerd af in zijn bijdrage getiteld ‘Politiek anarchisme en revolutionair anarchisme’. Daarin is hij mede in een polemiek met Thomas Ibanez gewikkeld. Colson oppert dat het er niet om gaat te ontkennen dat er heel verschillende typen anarchisme bestaan, maar de fundamenten ervan zijn – ondanks alle verschillen in uitwerkingen – als ‘constanten’ te herkennen (zoals autonomie, solidariteit, mutualisme, federalisme).

In zijn referaat opgenomen in de bundel, pleit Thomas Ibanez juist voor de ontwikkeling van een neo-anarchisme. Hij doet dat onder de titel ‘Het anarchisme levert een bestaansvorm die verandert in zijn grondstellingen. Argumenten voor een neo-anarchisme’. Colson vindt dat hij met zijn betoog de plank mis slaat.

Colson daarover: net als het postanarchisme gaat het neo-anarchisme niet over de grondslagen en de intentie van het anarchisme, maar over de methode om die grondslagen te verwezenlijken en de intentie wakker te houden. Dat we met het laatste een groot deel van de problematiek te pakken hebben is duidelijk: het gaat over uitvoering en invoering van het libertaire denken en doen. En ja, dat verschilt / kan verschillen naar plaats en tijd. Dat is nog geen reden om van neo-anarchisme (of postanarchisme) te spreken, een opinie waarbij ik mij aansluit.

Vervolgens behandelt Nikos Maroupas de anarchistische actie als een pragmatische gedachte. Omdat zijn bijdrage een aantal kernpunten kent die telkens weer in discussies over het anarchisme terugkeren, heb ik diens betoog, wat die kernpunten aangaat, vertaald en bewerkt (zie elders op deze site; klik HIER)

De bijdrage van Airélien Berlan over de invloed die de sociologen Max Weber (1864-1920) en Robert Michels (1876-1936) begin negentiende eeuw op elkaar moeten hebben gehad, vond ik inspirerend. Maar als lezer moet je beide sociologen wel kunnen plaatsen.

Berlan maakt aannemelijk dat bij Weber convergenties met het anarchisme bestaan. Deze lopen via de invloed die Robert Michels – als diens ‘leerling’ – op Weber uitoefende. Berlan bestudeerde daarvoor de briefwisseling over een aantal jaren tussen beide sociale wetenschappers. Michels zat toen in Duitsland nog in de revolutionair-syndicalistische hoek. En Weber nam, in tegenstelling tot veel van zijn collega’s, de anarchisten serieus. Zo heeft Domela Nieuwenhuis nog in het door Weber uitgegeven tijdschrift Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik gepubliceerd.

Het moge duidelijk zijn dat een ieder zo zijn pareltjes in deze bundel kan vinden. Het is wel diep duiken.

Thom Holterman

ANGAUT, J.-Chr., COLSON, D., PUCCIARELLI, M., (red.), Philosophie de l’anarchie. Théories, pratiques quotidiennes et ontologie, uitgegeven door Atelier de Création libertaire, Lyon, 2012, 461 blz., prijs 20 euro.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: