Skip to content

Nomaden Aller Tijden

23/03/2012

In het Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit (2011, 1, nr. 0) treft men een artikel van Jeff Ferrell aan met als titel ‘Rondzwerven, stedelijke ruimte een transgressie’. Het is het zwerven waar het mij hier om te doen is. Daarbij gaat het mij in het bijzonder om zijn aandacht voor de opkomende precariteitsbeweging. Die beweging is de politieke grenzen van ‘rondzwerven’ en ‘ontwrichting’ aan het verkennen. Deze beweging begeeft zich mede onder de lage arbeidskrachten van de nieuwe stedelijke economie, maar niet alleen onder hen. Waarom?

Arbeidsprecariaat

In het verleden kon de arbeidersbeweging zich organiseren rond de ‘fabriek’. Het hedendaagse kapitalistische productieproces ontwikkelt zich vooral rond arbeid van cognitieve, communicatieve en ‘dienstverlenende’ aard. De ‘werkers’ zijn computertechnici, ontwerpers van websites, mensen werkend in de reclame-industrie, maar ook in de horeca etc. In de post-Fordistische productie hebben deze nieuwe arbeidsvormen de vraag doen rijzen, in welke vormen van sociale organisatie men positie kiest als de werksituatie wordt gekenmerkt door flexibiliteit, mobiliteit en arbeidsprecariteit.

Deze probleemstelling is terug te vinden in een interview met ‘Chainworkers’ waaruit blijkt dat bij ‘werkers’ gedacht moet worden aan ‘medewerkers à la McDonald stijl’, die, zonder rechten of vakbondsondersteuning, niet in staat zijn zich te zien als arbeiders in de klassieke zin. Ferrell verwijst eveneens naar deze ‘ketenwerkers’ (zie http://www.chainworkers.org ) die hij de leden van een nieuw precariaat noemt. Dat moet het doen met parttime baantjes en onvoorspelbare ‘flexroosters’. Zoveel is duidelijk: het leven van de meesten van hen wordt gedefinieerd door onbestemde vooruitzichten en constante onzekerheid.

Ferrell wijst verder naar literatuur waarin men spreekt over het creëren van het ‘nomadische individu’ zonder vaste wortels. Het nieuwe precariaat gaat een zwerfcultuur tot ontwikkeling brengen is het idee. Alles wordt vloeibaar, de tijd, de samenleving, zoals ook de Pools-Britse socioloog en filosoof Zygmunt Bauman beschrijft in zijn boek Liquid Modernity (2000) (het is te downloaden: http://58.192.114.227/humanities/sociology/htmledit/uploadfile/system/20110207/20110207110407378.pdf ).

Zwerftochten

De ‘nomadische houding’ hoeft niet per definitie negatief te worden beschouwd. Het kan alternatieve kennis en een kritische perceptie op de ‘werkelijkheid’ voortbrengen. Maar voorlopig zullen de ‘nomaden’ zoals wij ze rondzwervend tegenkomen, veelal bestaan uit: vluchtelingen, dakloze families, rondzwervende prostituees, seizoenarbeiders en flexwerkers, al dan niet met een verloren carrière…

Omdat de elementen van precariteit en zwerven onderdeel uitmaken van de actualiteit, lijkt het op een nieuwe verschijning in de menselijke samenleving. Dat is niet het geval. ‘Zwerven’ doen studenten, om maar één categorie te noemen, al lang. Studeren in andere steden en landen vond al eeuwen voor het ‘Erasmusprogramma’ van de Europese commissie plaats. Tot de categorie die zwerftochten ondernamen zijn ook piraten te rekenen (over ‘piraten’, zie op deze site; klik HIER).

Het ont- en bestaan van het moderne precariaat, de jacht in Europa op alles dat tot ‘vreemd volk’ behoort, roept herinneringen op wat de herkomst van het ‘piratenvolk’ in de zestiende en zeventiende eeuw betreft. Aan het begin van een piratencarrière stond veelal de een of andere vorm van uitzettingshandeling. De oorzaak ervan was ook toen uiterst divers: werkloosheid, misdaad, ontvoering, oorlog. Piraterij, zo is te lezen in menig geschrift over dat onderwerp, begint steeds met de onmogelijkheid om op een en dezelfde plaats te blijven.

Thom Holterman

One Comment leave one →
  1. Bert van den Bosch permalink
    24/03/2012 13:38

    Als men de precariteit louter beschouwt vanuit het referentiekader arbeid, dan komt men filosofisch in een vicieuze cirkel van beschrijven terecht aangaande het sociale leven.
    Men vergeet dan dat de exegese van “wie niet werkt, die zal niet eten” daaraan ten grondslag ligt.
    Door arbeid als referentiekader te beschouwen van het menselijke sociale leven gedraagt men zich filosofisch als een hond die als een dolle achter zijn eigen staart aanholt.

    Als “wie niet werkt, die zal niet eten” filosofisch objectief zou worden beschouwd met betrekking tot de aardse fysieke menselijk zijn: als een lichaam wat niet werkt, eet niet, want een niet werkend lichaam is dood,dan….???

    De industriële arbeidsproductie en de daaruit voortgevloeide kenniseconomie is heden ten dage eerder te beschouwen als een noodzakelijk kwaad, dan een noodzakelijke voorwaarde voor ons menselijk sociale leven.

    Sociologisch – filosofisch is het kernthema de problematiek inzake de broederschap tussen het mannelijke en vrouwelijke existentiële zijn.
    De noodzaak tot arbeid in het sociale leven is louter daarin gelegen, dat levende lijken voedsel nodig hebben.

    Groet,

    Bert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: