Skip to content

De Monarchie, Een Rotterdamse Kwestie (?)

03/05/2012

[Lezing uitgesproken door de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens op 29 April 2012 in het theater van de boekhandel Donner te Rotterdam]

Morgen, 30 April, is het Koninginnedag. Dan gaat Nederland weer koekhappen en zaklopen. Alsof we niet in de tijd van de games, maar nog rond 1813 leven…. Het jaar dat Willem Frederik van Oranje-Nassau, zoon van ex-stadhouder Willem V, vanuit zijn ballingsoord Engeland landde in Scheveningen zich gewillig liet uitroepen tot ‘Soeverein Vorst’ en later tot Koning van Nederland.

Aan dit feit lag eigenlijk enkel de activiteit van èèn man ten grondslag, de Rotterdamse zakenman Gijsbert Karel van Hogendorp. Die had met de edellieden  van der Duijn van Maasdam en van Limburg Stirum een Driemanschap gevormd, en uit kracht  van dat Driemanschap – een eigenlijk geheel uit de lucht geplukte  legitimiteit –  bovengenoemde Willem Frederik verzocht naar Nederland te komen en het koningschap te aanvaarden .

Een klein addertje in het gras voor onze Willem was er overigens wel. Van Hogendorp  had het ontwerp van een grondwet op zak, dat eenmaal uitgewerkt, Koning Willem geacht werd te ondertekenen. Want geregeerd worden door een absolute monarch, dat had van Hogendorp wel begrepen uit ’s lands bittere ervaringen met Napoleon, dat kon Nederland maar beter niet meer hebben.

Van Hogendorps motivatie om een constitutionele monarchie in het leven te roepen was,  zijn  overtuiging dat zo’n monarchie goed zou uitpakken voor het zakenleven, het Rotterdamse zakenleven in het bijzonder. En op dat punt stelde de nieuwe koning inderdaad niet teleur.

Willem I is terecht onze geschiedenis ingegaan als “de koning-koopman”. Hij heeft vele projekten van handel en nijverheid geëntameerd. Dank zij hem werd onder andere een uitgebreid stelsel van kanalen gegraven, waarvan het bekendste de naar hem vernoemde Zuid-Willemsvaart is.

Sommigen van die projecten pakten financieel zeer gunstig uit, zoals de Nederlandse Handelmaatschappij, waarvan de vaak ethisch dubieuze, maar zeer winstgevende activiteiten in Ned. Indië genoegzaam bekend zijn. Voor het huidige steenrijk zijn van de Oranjes is daar toen de basis gelegd.

We gaan nu even op zevenmijlslaarzen door de geschiedenis en arriveren in het omineuze jaar 1918. Eind Eerste Wereldoorlog. Woelingen alom. In het verre Rusland sovjetiseert Lenin het Tsarenrijk. En in Duitsland wordt het Keizerrijk afgelost door de Weimarrepubliek onder leiding van de sociaal-democraten Ebert en Scheidemann. Zouden de onlusten naar Nederland overslaan? Het Rotterdamse zakenleven maakte zich grote zorgen….

Op zaterdag 9 november 1918,  het begin van wat later de Rode Week genoemd zou worden kreeg Pieter Jelle Troelstra, de Friese dichter en jurist, leider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, de SDAP, een telefoontje van havenvakbondsman  Arie Heijkoop uit Rotterdam. Deze deed hem verslag van een gesprek, dat hij die dag had gevoerd, met Nijgh, voorzitter van de Rotterdamse werkgevers in de Scheepvaart.

Nijgh hoopte na ‘l’Armistice “ snel het Rotterdamse handelsverkeer met het Duitse achterland te hervatten en hij wilde die nieuwe handelskansen niet verziekt zien door mogelijke opstandigheid onder de havenarbeiders. Hij toonde zich, tot verbazing van Heijkoop bereid, met de SDAP samen te werken voor een ordelijke machtsoverdracht…

Nijgh introduceerde Heijkoop vervolgens bij de toenmalige burgemeester van Rotterdam Zimmerman. Ook deze achtte het onwaarschijnlijk dat de revolutie bij de Nederlandse grens  zou stoppen. En ook hij bleek maar al te bereid aan ‘een ordelijke machtsoverdracht’ mee te werken…

Dat juist de toenmalige burgemeester van Rotterdam de situatie zo somber inzag, lag niet alleen aan diens geringe crisisbestendigheid. Doordat de Rijnvaart praktisch stillaag en de zeevaart minimaal was, heerste er grote werkloosheid onder het havenproletariaat. Als de revolutie ergens een kans maakte, dan was het wel in Rotterdam.

Het ongevraagde aanbod van Rotterdam om samen te werken met de leiding van de SDAP tot overdracht van de macht, heeft Troelstra waarschijnlijk gesterkt in zijn overtuiging dat er in Nederland ook zoiets als een revolutionaire situatie bestond net als in Duitsland. Dat bleek een vergissing.

Ondanks Troelstra’s vurige toespraken in en buiten het parlement, kwam de revolutie niet echt op gang. Integendeel, er ontstond een succesrijke contrarevolutie!

Op 17 November werd er een nationaal eerbetoon aan koningin Wilhelmina op het Malieveld georganiseerd. Klokslag èèn uur, die middag, kwam daar het hofrijtuig aan met koningin Wilhelmina, prins Hendrik en met als vertederende noot, het jonge, geheel in het wit gestoken prinsesjes  Juliana.

Vlak bij het Malieveld hielden manschappen van het regiment Grenadiers de stoet staande spanden de paarden uit en trokken zelf het rijtuig van de koningin verder!. Vroeger, in de Vaderlandse geschiedenisles op school, is mij altijd voorgehouden dat het hier “ een spontaan eerbetoon “ betrof. Niets is minder waar!. In de Koninklijke Stallen in Den Haag was tevoren dagenlang geoefend… De Rode Week was gelijk over.

De nawerking van het mislukken van Troelstra’s halfslachtige revolutiepoging was groot .De SDAP zou door de andere partijen in de Kamer buiten de regeringsverantwoordelijkheid worden gehouden tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog..

Na de Tweede Wereldoorlog is het uitgerekend de PvdA geweest, de politieke opvolger van de antimonarchistische SDAP, die het Koningshuis telkens weer uit netelige situaties gered heeft. (al bleef binnen die partij een anti-monarchistische onderstroom bestaan…). Drees redde het Koningshuis in de Hofmans-affaire, Den Uyl in de Lockheed-affaire en Kok in de affaire Zorreguieta.

Rood dat vergeelt wordt oranje

Maar dit terzijde.

Welke conclusie moet nu getrokken worden uit  de gebeurtenissen van ‘1918’? Wel, die conclusie kan niet anders zijn dan dat de Oranjeliefde bij het Rotterdamse zakenleven er niet diep in zit. Als het in het belang van de handel is om het Koningshuis over boord te zetten, dan ziet men er blijkbaar geen been in dat ook doodleuk te doen.

“Zaken zijn zaken! “pleegt dan ook de Rommeldamsezzakenman Bul Super te pas en te onpas   te zeggen in de Marten Toonderstrip “Ollie B.Bommel”. En Rommeldam is een verbeelding van het vooroorlogse Rotterdam, Toonders geboortestad. Zoveel is duidelijk “Zaken zijn zaken! “ziedaar in drie woorden: Rotterdam!

Weer trekken wij onze ´historische zevenmijlslaarzen’ aan, passeren soepel de Rotterdamse zakenman Ruud Lubbers, liefst twaalf jaar de politieke sparringpartner van koningin Beatrix, en belanden in het omineuze jaar 2002. Toen werd de Rotterdamse zakenman Pim Fortuyn vermoord, Een zzp-er die hard op weg was minister-president van Nederland te worden.

Pim Fortuyn was actief lid van het Republikeins Genootschap, een gezelschap van gefortuneerde zakenlieden  (Pierre Vinken, etc.) en een enkele journalist (Martin van Amerongen), dat onder genot van een goede sigaar en een goed glas wijn, afstevende op de afschaffing van het Koningshuis…

Of Fortuyn, eenmaal minister-president, daadwerkelijk stappen in die richting zou hebben ondernomen, zullen we nooit weten. Het mag worden betwijfeld. Volgens butler Herman was Fortuyn op den duur enkel nog bezig was  met de vraag, welke pak hij zou dragen als hij, als minister-president  naast Majesteit op de trappen van het paleis Huis ten Bosch samen met zijn kabinet zou moeten poseren voor de staatsiefoto…

Met Fortuyn heeft het anti-monarchistisch denken plots wortel geschoten aan de rechterkant van het politiek spectrum, waar het toe dan toe ongekend was. PVV-leider Wilders _  Pim Fortuin met een pruik op – heeft immers ferm het anti-monarchistische stokje overgenomen.

In 2007, in haar Kersttoespraak stelde koningin Beatrix het volgende:

Een houding van tolerantie komt spanningen en conflicten te boven en dat is historisch gezien de kracht van Nederland gebleken. Vandaag zien we, helaas, juist een neiging de tegenstellingen te verscherpen/ Grofheid in woord en daad tast de verdraagzaamheid aan. Discussies ontaarden in verharde verhoudingen. In zo’n sfeer worden mensen  al snel als  groep over een kam geschoren en worden vooroordelen als waarheid aangenomen. Daarmee erodeert de gemeenchapszin.

Wilders betrok deze brave woorden onmiddellijk op zichzelf: “Ik vind dat Majesteit de regering moet worden uitgestuurd! Dit is een politieke uitspraak tegen mij, waarin het multi-culti-ideaal wordt opgehemeld, door iemand die niet gekozen is en die ik er politiek niet op kan aanspreken.”

Kortom, republikeinse sentimenten zij niet langer het privilege van links ( D66, Groen Links, SP en een deel van de PvdA) maar worden nu vele malen ongezoutener door rechts, concreet door de  leider van de rechtspopulistische PVV, geventileerd.

Zo onbegrijpelijk is die vijandigheid van het rechtspopulisme ten opzichte van het Koningshuis overigens niet. Het Fortuynisme van Fortuyn en Wilders bevindt zich  immers onvermijdelijk in concurrentie met het  sinds jaar en dag in Nederland bestaande Oranje –populisme.

Het heeft immers dezelfde grondslag. Er is een ‘Leider’, die zich vereren laat door een niet al te nadenkend ‘Volk’.  Die verhouding is niet rationeel, maar diep-emotioneel. Het Fortuynsprookje en het Oranje-sprookje horen tot hetzelfde Sprookjesboek. De kracht van het  Oranje- sprookje is echter door het afstandelijke, antipopulistische  optreden van koningin Beatrix verzwakt. Tekenend is de uitspraak die zij, tien jaar geleden op TV deed tegen haar interviewster Maartje van Weegen.

“Populariteit heeft iets vluchtigs, oppervlakkigs, en tijdelijks”. De boodschap was duidelijk. Daar ging Majesteit  zich niet aan bezondigen. Maar daarmee ontheemde zij haar aanhang! . Mede daardoor kreeg een  pseudo-prins Pim Fortuyn, eveneens bewoner van een paleis, namelijk het Palazzo di Pietro aan het G.W.Burgerplein alhier in Rotterdam, zijn kans. Het gezag van het Koningshuis is onmiskenbaar afgebrokkeld. Het volgt daarin overigens een trend. Ook Parlement en Magistratuur blijken in onze mediacratie eveneens aan ernstige erosie  onderworpen. Er is niet veel meer heilig in Nederland. Is het Oranjehuis op weg naar het einde?

Niet op korte termijn. Het huwelijk van de kroonprins met Argentijnse Maximà was een gouden greep. Maximà is heden zelfs verreweg de meest populaire ‘Oranje”. Voor schattige, fotogenieke  nachwuchs heeft zij inmiddels ook al  gezorgd: de drie “ Zeg eens Aaa!-prinsesjes”. Nee, voorlopig zijn we niet van Oranje af.  Maar eens zal het er toch van moeten komen.

Dat iemand benoemd wordt tot het hoogste staatsambt op grond van erfopvolging, verdraagt zich nu eenmaal niet met de idee van democratie. Daarvan is toch een van de kenmerken dat iedereen zich vrijelijk kandidaat kan stellen (en gekozen kan worden) tot elk politiek ambt.

Vroeg of laat zullen wij dus afscheid moeten nemen van de monarchie – want pas op dat moment hebben wij een voldragen democratie. Het is niet anders. Zijn we ook gelijk af van de pijnlijke commotie die telkens optreedt  wat de keuze van een lid van het koninklijk huis betreft inzake zijn liefdespartner, in het bijzonder geldt dat voor de keuze van de kroonprins of de kroonprinses. Om u geheugen op te frissen:  Claus heraus! Maximá :Foute vader. Om over Prins Bernhard maar te zwijgen.

Het afschaffingsscenario

Tot slot de vraag: De Nederlandse monarchie is er  gekomen dankzij Rotterdam (van Hogendorp !)  zal zij ook eindigen  dankzij Rotterdam ?

Wie weet …Zo zijn wij hier vandaag in hartje Rotterdam, getuige een unieke gebeurtenis, namelijk  van de uitreiking van een antimonarchistische cd! De  Oranje Blues van Elsbeth Lambermont! Kortom, als het ergens niet ongepast is om de goegemeente eens een afschaffingsscenario voor  te leggen, dan is het wel hier en nu. Ik zal dan ook dit scenario “het Rotterdams scenario” : noemen. Ere de stad, die ere toekomt. Ik  knoop daartoe aan bij het gedachtegoed van Mahatma Gandhi.

Gandhi zei tot de Engelsen in de Jaren Twintig van de vorige eeuw: “India moet onafhankelijk worden. U, Engelsen, u moet vertrekken. Het wordt tijd dat wij onszelf gaan regeren.” “Maar, “ vervolgt hij, en dan komt het geniaal-humane van Gandhi: `het gaat niet alleen om onze onafhankelijkheid, het gaat erom dat wij afscheid nemen van elkaar als vrienden.“

Oranje en Nederland moeten van elkaar afscheid nemen als vrienden. We hebben tenslotte een lange geschiedenis met elkaar. Oranje moet weg, maar het dient wel respectvol te gebeuren. Er is al hufterigheid genoeg in Nederland vandaag de dag. Dat betekent dat het “ wederzijds ontwenningsproces” het best gefaseerd gebeuren kan..

Om te beginnen dient het koningschap ceremonieel te worden (Eerste fase). Geen rol voor de koning in de kabinetsformatie, geen voorzitterschap van de Raad van State, geen lid van de regering. En… belasting betalen als iedereen…

Al ‘werkenderwijs’, om die overbekende uitdrukking van Beatrix-fan Ruud Lubbers eens te gebruiken, zal uit de ceremoniële fase, dan de afschaffende geboren moeten worden. Dat is dus een kwestie van tijd. Ook al omdat de broodnodige grondwetswijziging moet worden voorbereid. En grondwetswijziging vergt nu eenmaal  heel  tijd gedoe in Nederland, want onderweg door de Tweede en Eerste Kamer kan er met zo’n voorstel tot grondwetswijziging heel wat misgaan. Zie de gang van zaken bij de “gekozen burgemeester”. Dat kroonjuweel van D66 is zojuist zowaar weer eens door die partij uit de kast gehaald.

En niemand die klaarblijkelijk  beseft, dat dat zogeheten kroonjuweel in feit een afschaffingsvoorstel van de monarchie is in vermomming! Immers het behelst niet alleen het direct kiezen van onze burgemeesters maar ook van onze  hoofden van provincies, die dan natuurlijk niet meer Commisarissen van de Koningin kunnen heten. Maar wat van dan af dan wel? Volkscommisarissen ?  Dat is, helaas, een al te  vanuit wijlen de ( Stalinistische) Sovjet Unie. Dus dat kan niet. Een  klein probleempje waar D66  zich tot heden niet het hoofd over heeft gebroken. Mijn voorstel : Laten we ze gouverneurs noemen .Nu toch al de gebruikelijke   aanspreektitel in Limburg van de CvK  . Leuk voor Wilders heeft die ‘Venlose boy’ ook wat.  En bovendien  is gouverneur  in onze zusterstaat België als sinds jaar en dag de titel van het hoofd van een provincie.

Kijk, dat democratiseringsgolfje van de gekozen burgemeester en het gekozen hoofd van de provincie zal onvermijdelijk vroeg of  laat over de bordestrappen van Huis Ten Bosch spoelen. Dat kan niet anders.

De trap wordt hier als het ware vanonder schoongeveegd. Gekozen burgemeester, gekozen hoofd van de provincie … dat ook gekozen staatshoofd! Het beste zou dus zijn als nu met het uit de Grondwet  halen van de benoeming  van de burgemeester en de CvK , gelijk die van het staatshoofd  mee zou worden genomen. Als we dat proces van grondwetswijziging nu inzetten zouden we, zo schat ik in  …rond 2025 presidentsverkiezingen kunnen houden.

Een president, zo stel ik voor, wordt dan voor zes jaar gekozen. En mag zich nog voor een tweede termijn van zes jaar verkiesbaar stellen. Dan is het einde oefening. Dat zou betekenen  dat koning Willem Alexander na zijn abdicatie  als burger W.A. van Oranje Nassau aan de eerste presidentverkiezing zal kunnen meedoen en …die zeer waarschijnlijk  zal winnen. Zeer waarschijnlijk ook de tweede. Dat betekent dat  wij …in  2037  op z’n vroegst  van de Oranjes af zijn .Laat , heel laat! Maar dan is dat wèl op fatsoenlijke wijze gebeurd!

Ik dank u voor uw aandacht

Manuel Kneepkens

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: