Skip to content

Het Vrijgeld van Silvio Gesell (1862-1930): Ontneem Geld zijn Machtsfunctie !

27/10/2011

‘Normaal wordt ruilwaarde gecreëerd door het verkopen van producten of diensten die een gebruikswaarde hebben. Maar eigenlijk is dat een omweg. Met het productieproces kan er heel wat misgaan, vooral met de verkoop. Het creëren van ruilwaarde zonder goederen of diensten te produceren, dus zonder de omweg van de gebruikswaarde, dat is het summum. En dat is nu precies wat financiële markten doen’, aldus citeer ik Marc Vandepitte uit zijn lezing getiteld ‘De crisis van het kapitalisme: een andere economie is noodzakelijk én mogelijk’.

Het punt is nu dat deze financiële markten zodanig geëxpandeerd zijn dat ze ten opzichte van de markt van de reële economie, absurde en gevaarlijke proporties hebben aangenomen. Zelfs de beurskrant Financial Times moet toegeven dat ‘het meest opvallend en dodelijk voorbeeld van deze waanzin, de groei is geweest van de ongereguleerde derivatenmarkten, die opgezwollen zijn tot 600.000 miljard dollar’.

‘Deze speculatiemoloch is veertig maal groter dan de wereldhandel van goederen en diensten. Het is ook het equivalent van bijna tien jaar economische wereldoutput en komt neer op bijna 100.000 dollar per persoon van deze planeet. Inderdaad pure waanzin. Het zijn deze speculanten die de beurzen doen kelderen, de financiële markten ontregelen en landen economisch wurgen’, vat Vandepitte samen.

Tegendynamiek

Om een nieuwe economische orde in te stellen moet de dynamiek die we hierboven beschreven, een halt worden toegeroepen en moet er een nieuwe, andere dynamiek worden gestart. In zekere zin is zo’n nieuwe dynamiek of logica een spiegelbeeld of antipool van de oude. Vandepitte spreekt hier van een ‘tegendynamiek’. En de ontwikkeling daarvan is iets dat ook mij bezighoudt. Er zijn allerlei manieren te bedenken om daarmee aan de slag te gaan.

Een daarvan is te zien of in het verleden voorstellen zijn gedaan, die een nieuwe kans moeten krijgen. Bovendien stel ik daarbij zelf de eis, dat zo’n voorstel op beperkte schaal geïntroduceerd moet kunnen worden, om te zien of het werkt. Want alles leuk en aardig, maar om te denken dat de hele wereld opslag is te veranderen – hoe zeer je dat ook zou willen – is mij een aantal bruggen te ver.

Dat wil niet zeggen dat men geen ‘beeld’, geen ‘concrete utopie’ nodig heeft. Zo vormt geld dat zijn machtsfunctie ontnomen is, een deel van dat ‘beeld’. Maar hoe construeer je dat ontnemen van die machtsfunctie en hoe begin je daar mee in het klein, vanaf de basis?

De Duits-Argentijnse libertaire, monetaire econoom Silvio Gesell (1862-1930) heeft zich met dit vraagstuk beziggehouden. Ik zal enkele elementen van zijn visie bespreken. Aan het eind van deze bijdrage wijs ik dan op enkele geslaagde experimenten, die op basis van zijn ideeën zijn opgezet.

Silvo Gesell

Machtsfunctie ontnomen

Gesell wil het geld van zijn machtsfunctie ontdoen. Het idee is dat geldbezitters hun geld zullen aanbieden om onder de betaling van ‘stroomgeld’ uit te komen. Op het ongebruikt laten van geld staat namelijk een liquiditeitsheffing, of te wel ‘stroomgeld’.

Dit belaste geld heet vrijgeld. Mensen die hun geld gebruiken, het investeren in activiteiten of het uitlenen, zijn vrijgesteld van het betalen van ‘stroomgeld’. Geld vervult daarmee weer onbeperkt zijn ruilfunctie. Daarmee zou de mensheid zich uit de greep van het rentedragende geld bevrijden.

Geld oppotten mag best, maar dan krijg je in de vorm van ‘stroomgeld’ de maatschappelijke kosten daarvan doorberekend. Zo krijgen rijke mensen een impuls om hun geld of te besteden of gratis uit te lenen aan ondernemende mensen. ‘Stroomgeld’ nodigt stilstaand geld dus uit weer terug te vloeien in de kringloop. Waarom dit al?

Een gelijkmatige omloopsnelheid van het geld is een belangrijke voorwaarde voor een crisisvrije economie. Geld mag alleen als ruilmiddel dienen en niet als spaarmiddel. Gesell denkt aan papiergeld met coupons, die op bepaalde vervaldagen letterlijk zullen vervallen. De achtergrond is: voorkomen van de ontwikkeling van ‘onverdiende inkomsten’ (rente).

Grondbezit leidt daar ook toe door grondrente te bedingen van de gebruiker van de grond. Daarom hoort grond in gemeenschapsbezit te zijn (doel: handel in grond en grondspeculatie te elimineren). Zijn opvatting gaat dus niet alleen over ‘vrijgeld’ (Freigeld) maar ook over ‘vrijgrond’ (Freiland).

Bijval

Op een aantal plaatsen is een hernieuwde aandacht voor Gesell te ontdekken. Zo wordt opgemerkt dat hedendaagse voorstellen over basisinkomen aansluiten bij zijn gedachte over de moederrente. Ook in ‘groene’ kringen geniet hij enige hernieuwde belangstelling, niet alleen omdat zijn ‘vrij-economie’ vrij zou zijn van uitbuiting en intrest, maar daardoor precies ook vrij zou zijn van groeidwang. Met ‘groeidwangvrij’ wordt dan bedoeld dat de ingebouwde en door de intrest veroorzaakte noodzaak om voortdurend en op eender welke manier te groeien, is opgeheven.

Voor het opheffen van de ‘intresteconomie’ heeft Gesell ook bijval gekend uit gezaghebbende economische kringen. De hoogleraar macro-economie H. Visser noemt Gesell  een geniale ‘monetary crank’ (ESB van 27 april 1983). De bekende econoom John Maynard Keynes ziet in het antimarxistische socialisme van Gesell een belangrijke inspiratiebron voor zijn geldtheorie. De wereld zou volgens Keynes meer van Gesell kunnen leren dan van Marx. Bij de onderhandelingen in 1944 in Bretton Woods stelde Keynes een soort vrijgeld voor, namelijk een internationale munt, Bancor genoemd, die alleen voor het betalingsverkeer (tussen centrale banken) zou mogen dienen.

Ook de Nederlandse econoom Jan Tinbergen stond positief tegenover Gesells markteconomie zonder kapitalisme. Het voorwoord van hem bij een indertijd (1992) door Aktie Strohalm uitgegeven geschrift van Gesell, getiteld Het wondereiland Barataria (1922), spreekt boekdelen. Tinbergen:

‘Nu de vraag welke van de verschillende sociaaleconomische stelsels het beste is, weer zeer actueel is geworden, verdient ook een man als S. Gesell weer aandacht. Hij deelt de opvatting die later door Keynes is verdedigd, dat in bepaalde situaties – met name in een conjunctuurdepressie – een wijziging in het geldstelsel voldoende is om aan een noodtoestand een einde te maken.

Lange-termijn-vraagstukken als welk sociaaleconomisch stelsel de voorkeur verdient, grijpen diep in en vereisen tijd om te worden besproken en misschien beproefd. Keynes was ook van mening, dat de denkbeelden van Gesell in elk geval oorspronkelijk waren, en een aspect van het geldwezen belichtten dat vaak over het hoofd wordt gezien.’

Anarchistische economie?

De bijval uit de kring van gevierde economen levert niet meteen op dat Gesell ook een economische visie huldigt die in het libertaire denken inpasbaar is. Bij Klaus Schmitt is evenwel op te maken dat hij met betrekking tot de opvatting van Gesell ‘eine anarchistische Wirtschaftstheorie’ voor mogelijk houdt. Zo werkt hij een ‘markteconomie zonder kapitalisme’ uit als een anarchistisch concept. De titel van de door Schmitt samengestelde bundel wijst Gesell zelfs aan als de ‘Marx’ van anarchisten (hoewel voorzichtig, want de titel eindigt met een vraagteken…).

In die bundel zijn bijlagen van twee bekende anarchisten opgenomen. De ene is van Gustav Landauer, getiteld ‘Sehr wertvolle Voschläge’. Daarin wijst Landauer er op dat hetgeen Gesell voorstelt de verwijzing inhoudt naar het idee ‘ruilmiddel’ in de geest van Proudhon.

In het eveneens opgenomen in memoriam bij de dood van Gesell van Erich Mühsam, getiteld ‘Ein Wegbahner’, herinnert Mühsam er aan dat het Landauer was die Gesell naar de Radenrepubliek München haalde (april 1919). Hij deed dat om aan deze door Proudhon geschoolde maar zelfstandige denker, de fundamentele hervorming van het geldwezen van de radenrepubliek toe te vertrouwen. Gesell is daadwerkelijk, zij het maar voor enkele dagen, ‘volkscommissaris’ (minister) van Financiën geweest van die Radenrepubliek (tot die ten val werd gebracht door contrasubversieve krachten).

Volksbank

Het is heel anarchistisch nu te roepen dat we van ‘geld’ af moeten, bijvoorbeeld omdat alle publieke diensten en alle primaire levensbehoeften gratis voor handen moeten (zullen ) zijn. Dat vind ook ik, maar ik acht het onwerkelijk om te menen dat dit alles in een klap gerealiseerd kan worden. Het zal om deelsgewijze ingrepen gaan.

Tijdens de revolutie van 1848, in Frankrijk, moet Proudhon ook zoiets onderkend hebben. Zijn idee van het installeren van een ‘ruilbank’, de ‘Banque du Peuple’ (volksbank), is daarvan het voorbeeld.

In zijn brochure getiteld ‘Organisatie van het krediet en de circulatie’ (maart 1848) vindt men terug dat het doel is alles wat als ‘macht’ binnen het denken over ‘kapitaal’ aan de orde is, te elimineren. Het gaat dan over het ‘droit d’aubaine’ (het recht op de ‘buitenkans’), het recht dat je toevalt omdat jij over de eigendom beschikt, het recht dat in het Duits ‘Herrenrecht’ wordt genoemd. In deze optiek is geld ook het middel om rente te genereren. Daarvan moet het ontdaan worden opdat iemand niet meer ‘slapend’ rijk(er) kan worden.

Wat is geld, dat op die manier is ‘uitgekleed’ anders dan ‘ruilbon’ ten behoeve van de omloop van goederen, dus ‘omloopmiddel’? Waarop Proudhon mikte was een dynamiek te ontwikkelen om ‘kapitaal’ en ‘arbeid’ identiek te laten worden. Het effect ervan zou zijn dat er geen ‘regering’ meer nodig was om het kapitaal te beschermen. Het regeringssysteem en het economisch systeem zouden in elkaar versmelten, als de ‘Banque du Peuple’ eenmaal goed functioneerde.

Zover is het niet gekomen. Die bank is wel notarieel opgericht (januari 1849) en heeft een paar maanden gedraaid. Het project ging echter de mist in. Proudhon had zich namelijk publiekelijk kritisch over de nieuwe machthebber (Louis Bonaparte) uitgelaten. Die uitlating werd strafrechtelijk als ‘majesteitsschennis’ vertaald (ook hier weer een contrasubversieve ingreep). Daarop volgde een veroordeling, die hem voor drie jaar in de gevangenis deed belanden…

De bank moest het dus doen zonder Proudhon’s bemoeienis. Het is de vraag of die het met zijn verdere bemoeienis wel gered had. Daar wordt verschillend over gedacht. Waar het mij echter omgaat is aan te geven dat Proudhon met zijn opvatting over een ‘bank’ niet zo zeer het geld heeft afgeschaft, maar er de machtsfunctie aan heeft willen ontnemen, net zoals Gesell dat nadien heeft willen doen.

Voorbeelden

Er zijn enkele geslaagde, maar beperkte voorbeelden te noemen met het vrijgeld. Die hebben zich geconcretiseerd in bepaalde sociaaleconomische situaties, waarbij wordt gemeend dat een wijziging in het geldstelsel voldoende is om aan een noodtoestand een einde te maken. De uitwerkingen werden echter verboden omdat de nationale banken het monopolie op de gelduitgave wilden behouden…

Een bekend voorbeeld met het vrijgeld, waarbij met een bijzondere soort bestedingsbonnen werd gewerkt waaraan een bepaald rentesysteem in de geest van Gesell verbonden was, is in 1932 in het Oostenrijkse stadje Wörgl in praktijk gebracht. In de bundel van Schmitt is over dit experiment een hoofdstuk opgenomen.

Het hoofdstuk betreft een artikel van ruim tien pagina’s dat in 1933 is geschreven door Alex von Muralt onder de titel ‘Der Wörgler Versuch mit Schwundgeld’. Omdat het geld periodiek iets van zijn waarde verliest, is het ook ‘Schwundgeld’ genoemd, wat ik bij Visser vertaald vond als kwijngeld.

Het effect van het experiment was dat de werkloosheid terugliep en de middenstand opbloeide. De Oostenrijkse centrale bank kon dit succes niet aanzien en bezorgde het experiment door middel van een juridische procedure (aantasting monopolie bankbiljettenemissie), een voortijdig einde.

Een ander voorbeeld komt uit Frankrijk, en wel het dorp Lignières. De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was het — net als elders in Europa — armoe troef. Het ging er in het dorp steeds verder berg afwaarts, tot in de tweede helft van de jaren vijftig in de vorige eeuw enkele mensen het idee van het vrijgeld van Silvio Gesell in de praktijk gingen brengen.

In de Grand-rue van Lignières installeerde men de Mairie de la Commune libre. Dit ‘stadhuis’ van de ‘vrije gemeente’ Lignières, , onder gebracht in een leeg staande winkel, gaf het vrijgeld naar Gesells voorbeeld uit. Net als in het Oostenrijkse stadje Wörgl liep ook in Lignières de werkloosheid terug en bloeide de middenstand op. Maar ook hier trad de nationale overheid op om een voortijdig eind aan het experiment te maken. Reden? Het liep te goed. De Franse regering vreesde dat het experiment in andere Franse gemeenten zou worden overgenomen, zegt een van de toenmalige initiatiefnemers.

Wel victorie dus, maar met overmacht de kop ingedrukt. Dat is steeds het punt: een geslaagd initiatief vanuit de bevolking zou wel eens kunnen aantonen, dat die bevolking het beter weet dan de zittende, centrale macht. De tegendynamiek heeft zich dus wel gemanifesteerd, maar de contrasubversieve macht was te overweldigend, in die dagen…

Thom Holterman

Gebruikte bronnen:

Belangrijkste werk van Silvio Gesell is:

Die natürliche Wirtschaftsordnung durch Freiland und Freigeld (1916). Deze tekst is te downloaden:

http://userpage.fu-berlin.de/roehrigw/gesell/nwo/

Marc Vandepitte, lezing op 28 april 2011 (Rome), georganiseerd door de ‘Rosa Luxemburg Stichting’ te Brussel; zie:

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/08/20/de-crisis-van-het-kapitalisme-een-andere-economie-noodzakelijk-n-mogelijk

S. Gesell, Het wondereiland Barataria; [vertaling uit het Duits door W.P. Roelofs; ill. René Tweehuysen], Aktie Strohalm, Utrecht, 1992; [vertaling van : Die Wunderinsel Barataria. – Oorspronkelijk uitgegeven onder het pseudoniem Juan Acratillo, Der verblüfte Sozialdemokrat, 1922]. Dit boekje is te downloaden; zie:

http://www.strohalm.nl/media/stro/uploads/Het-wondereiland-Barataria-24-01-05.pdf

Klaus Schmitt (red.), Silvio Gesell – ‘Marx’ der Anarchisten?, Karin Kramer Verlag, Berlin, 1989. Ten behoeve van de internet uitgave zijn tikfouten gecorrigeerd en heeft Klaus Schmitt enkele pagina’s veranderd (geplaatst 14 december 1997); zie:

http://userpage.fu-berlin.de/roehrigw/schmitt/

H. Visser, ‘Silvio Gesell, Een geniale ‘monetary crank’, in: Economische Statistische Berichten, 27 april 1983, p. 370-372.

Het Franse voorbeeld dat ik noem vindt men besproken in: Bioscope, nr. 4, januari 1979, onder de titel ‘L’expérience de Lignières en Berry’.

http://aardbron.nl/vrijgeld/

http://wp.digischool.nl/economie/

One Comment leave one →
  1. 29/10/2011 20:56

    Wie meer wil weten over andere en vooral betere geldsoorten kan eens een kijkje nemen op de startpagina complementaire economie (http://complementaire-economie.startpagina.nl).

    Of op de pagina van Stichting CENt (http://stichtingcent.wordpress.com), maar daar staat nog niet zo veel.

    Groeten,
    Sjaak Adriaanse

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: